Het jaar 2020, je was me er eentje

Traditiegetrouw blik ik aan het eind van het jaar terug op het voorgaande jaar. 2020 gaat de boeken in als een zeer bijzonder jaar.

Het afgelopen jaar ben ik het hele jaar “ziek” geweest. En heb ik diverse keren proberen weer te integreren op mijn werk, maar het wilde niet lukken. De reden dat mijn bedrijfsarts me eind 2019 doorstuurde naar een behandeltraject met als einddoel re-integratie. In plaats van verbetering ging het van kwaad naar erger. Ik belandde in een groot zwart gat, een diepe put, of hoe je het ook wil noemen. Ik zag niet meer hoe ik hier weer uit zou moeten klimmen. Dit was het dan, dacht ik. Dit gaat nooit meer over. Ik heb het verprutst. Ik heb het nu echt verprutst. Omringd door duisternis verzoop ik in mijn eigen verdriet. Het leven ging aan mij voorbij, terwijl ik in mijn eigen depressieve wereld gevangen zat. Je moet het hebben meegemaakt om het echt te voelen. Ik wist in ieder geval niet dat het mogelijk was om je zo intens slecht te voelen.

Maar toch brandde er ergens nog een vlammetje. Nu ik in therapie ben, zou ik het een stukje gezonde volwassene noemen. Dit stukje zag het helemaal mis gaan. Een groot deel van mij wilde niet meer leven. Zo donker was het geworden. Maar dat vlammetje wist dat dit niet goed was, dat ik er zelf niet uit zou komen en dat ik er echt eens over moest gaan praten. Tijdens een sessie met een psycholoog heb ik het allemaal op tafel gegooid. Ik vertelde haar alles. Hoe ik bezig was om methoden te zoeken om een einde aan de pijn te maken en mezelf van het leven wilde beroven. Hoe dat stuk zo hard aan mij trok, dat ik er bang van werd. Bang dat er een moment zou komen, waarop ik echt zou gaan handelen. Ik zag simpelweg geen uitweg meer. Alles was zwart. Grote donderwolken hadden bezit genomen van mijn hoofd.

Na die openbaring kwam alles in een stroomversnelling. De psychiater van daar zorgde er uiteindelijk voor dat ik in Venlo bij de crisisdienst terecht kwam. Ik had last van een mentale crisis en veiligheid was nu het belangrijkste. Ergens zat daar nog wel een klein stukje wat verder wilde, maar de donkere buien overschaduwde het allemaal. Het gevoel was zo benauwend en intens. Hier kon ik niet meer mee leven.

Gedicht wat ik in de kliniek schreef

En die mentale crisis daar begon het jaar 2020 mee. Ik wist me geen raad. Ik was verdrietig, ten einde raad. Het is bizar hoe je alles kan hebben en toch zo intens verdrietig kan zijn. En daarmee praatte ik mezelf nog eens dieper de put in leerde ik later. Want dit gevoel mocht er niet zijn, maar het was er wel, zo’n mislukking was ik geworden. Ik had eerder aan de bel moeten trekken, ik had het nooit zo ver mogen laten komen. Maar aan die gedachten had ik niks meer, want wat is geweest dat is geweest.

In februari van dit jaar werd ik opgenomen in de kliniek in Venlo. Ik was een gevaar voor mezelf geworden. Ik was bang voor de intense donkere gevoelens die me aanvlogen. Ik kon niet meer garanderen dat ik mezelf niks aan zou doen. In de kliniek werd ik wat rustiger en uiteindelijk werd een paar weken later ontslagen. Vervolgens was ik een week thuis, waar de gevoelens weer aanwakkerden. Ik wilde dit niet meer. Ik was bang voor mezelf. Ik kreeg medicatie, maar die sloeg niet aan. Een week na ontslag was ik weer terug in de kliniek. Daar werd ik versneld omgezet op andere medicatie. Met mijn ontslag was ik het niet eens, ik voelde me nog steeds verschrikkelijk, maar ik was omgezet op die andere medicatie en ik moest maar met wat meer zelfdiscipline mijn neigingen onderdrukken en de kliniek verlaten. Vanaf toen had ik elke dag contact met het IHT in Venlo. Ik leerde mijn gevoelens te uiten, ik leerde ook te bellen naar de IHT telefoon, te vragen om hulp als ik dit nodig had. En ik nam deel aan de dagbehandeling. Zo maakte ik ook kennis met lotgenoten, leerde omgaan met mijn situatie en werd ik beziggehouden. En zo ging het eerste half jaar van 2020 voorbij. Langzaam werd ik wat rustiger, leerde ik de afleiding te zoeken en hulp te vragen wanneer nodig. Mijn emoties werden steeds weer een beter stabieler.

De burnout waar het in april mee was begonnen was een depressie geworden. En de gevoelens en klachten die daarbij hoorden paste prima in het straatje. Echter, die depressie, die wilde niet minder worden. Tijdens mijn crisis had ik een fijne psychiater getroffen die vermoedde dat er meer onder zat, een persoonlijkheidsproblematiek die me elke keer weer de put in trapte. Ik kreeg een test en inderdaad, dit was het geval. Een dwangmatige en een vermijdende persoonlijkheidsstoornis zaten mijn herstel dwars. Ik kreeg het advies om schematherapie te gaan volgen. En toen volgde de schok, voor deze therapievorm was er een wachttijd van 8 maanden. 8 maanden! Opnieuw belande ik in het zwarte gat. De corona golf had mij me dagbehandeling ontnomen. Ik zat thuis en de muren kwamen op me af. Het sprankje wat uit dat gat wilde klimmen dimde en daar zat ik dan weer. Er was vooruitzicht, maar dit duurde nog zo lang. Ik kon echt niet meer zo lang wachten. Wat was ik blij dat de IHT er nog was om mee te praten en me om te laten praten dat het echt wel weer goed zou komen. Zij zouden me niet zomaar laten vallen en dat deden ze ook niet. Ik had de fijne verpleegkundige achter de hand als ik vastliep. Ergens was ik ook blij met de Corona crisis. De hele wereld stond stil, net als mijn wereld en Bas werkte thuis, waardoor ik overdag niet alleen kwam te zitten. Bas, mijn grote liefde en steunpilaar. Hij was er altijd voor een stemmingsverhogende wandeling of om me te knuffelen en me uit te laten huilen. Er zat niks anders op als het uit te zitten, afleiding te zoeken en door te gaan.

Tot mijn verassing werd ik, veel eerder, in de zomer gebeld en kon ik eind september al beginnen op het centrum voor persoonlijkheidsstoornissen (kortweg CvP). En later belden ze dat ik zelfs eind augustus kon beginnen. Ik had me vastgeklemd aan deze vooruitzichten en was ontzettend blij dat ik eindelijk weer echt aan mezelf kon gaan werken.

De eerste weken van de therapie heb ik als enorm intens ervaren, maar ik had weer vooruitzicht. Ik kon weer ergens mijn tanden inzetten. Vooruit kijken. Tijdens de therapie sessies graven we diep in mijn verleden. Ik heb schema’s (overtuigingen) aangeleerd die voortkomen uit behoeftes die ik als kind nodig had, maar niet heb gekregen. Deze schema’s /overtuigingen met bijbehorende coping of overlevingsstrategie hielpen mij, maar laten me nu vastlopen. Gevoelens uit mijn jeugd heb ik ver weg, en diep van binnen opgeslagen, maar in mij zit nog altijd ergens dat weggeduwde kwetsbare kind van vroeger. Dat kind vind nu zijn weg naar buiten. Er moeten tranen gehuild worden en gevoelens worden doorleefd. Het is niet makkelijk, het is verdomd moeilijk zelfs, ik huil veel en vaak, maar ik voel wel dat dit de juiste plek voor mij is, en dat hier mijn oplossing ligt. De straffers in mij vertellen me nog vaak dat ik het nooit meer op ga lossen, wie ik wel niet ben, die dat denkt. Maar ergens word dat stukje moed om door te gaan langzaam groter. Inmiddels heb ik een heel team van fijne hulpverleners om me heen verzamelt die echt naar me luisteren, die me adviseren en dingen doen inzien. Ik hoef het allemaal niet meer alleen te doen en ik ben gezegend met de betrokkenheid waarin zij hun werk beoefenen. Het is een intensief traject en het gaat niet zonder slag of stoot, maar ik ben weer onderweg naar boven. En daar hebben zij een enorm groot aandeel in. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor.

En daarmee sluit ik dit jaar af. Dit jaar wat ik liever had overgeslagen, maar waar ik uiteindelijk ontzettend veel over mezelf heb geleerd. Ik heb hulp gezocht en gevonden en langzaam laat ik dit steeds meer toe, want hier zat ook nog wel een dingetje. Sandra kon altijd de hele wereld alleen aan. Ik ben het hele team aan hulpverleners en natuurlijk mijn grote steunpilaar Bas ontzettend dankbaar. Uiteindelijk is het goed zoals het gelopen is. Het had heel anders af kunnen lopen. Ik durf er niet aan te denken.

En dan is 2020 bijna ten einde, en 2021 nadert. Het jaar waarin alles weer goed zou moeten komen. Ik ben er nog niet en ik zal nog hard moeten werken, maar het vlammetje wat door wil gaan en mijn problemen aan wil pakken wordt steeds groter. Ik hoop dit jaar mijn leuke leventje weer op te gaan bouwen en kan gaan genieten van wat ik tegenkom op mijn weg. Een ding weet ik zeker. Zo diep in de put vallen dat gaat niet meer gebeuren. “Been there, done that en got a T-shirt”.

Op naar een mooi 2021!

Evy is weer fier op mij

Deze blog is ooit begonnen om te verhalen over mijn avonturen in hardloopland. Het laatste jaar staat het hardlopen echter op een laag pitje, omdat het leven mij een andere uitdaging in de schoenen schoof. Van burn-out naar depressie die maar niet geneest klaarblijkelijk door een onlangs ontdekte persoonlijkheidsstoornis. Door deze doldwaze avonturen ben ik het hardlopen anders gaan benaderen en in deze blog wil ik het daar eens over hebben.

De laatste blog schreef ik toen ik voor de tweede keer werd opgenomen. Op dat moment ging het niet zo best met mij. Tegen het einde van die opname zeiden de verpleegkundigen als ik weer eens in één van mijn zwarte buien zat, spring even op de loopband, bewegen doet jou goed. En dat hielp inderdaad. Eerst vanuit mijn onrust op de loopband, later buiten, omdat ik dan even weg kon (en ik inmiddels weer vrijheden kreeg om naar buiten te gaan). Bewegen en met name het hardlopen zet even mijn hoofd vol zwarte gedachten stil. Als ze het hebben over leven in het nu, dan moet dat het zijn. Haren in de wind, blik op oneindig en het geluid van de schoenen die voortgaan over het asfalt. Evy leerde me opnieuw lopen. Rustig en dat was goed. Zo kon ik haar schema langzaam afvinken, was ik lekker buiten, en leerde ik tevreden zijn met de korte stukjes die ik kon lopen. Omdat het zo lekker langzaam ging, werd hardlopen weer een activiteit die mijn stemming verbeterde en een fijne ervaring. Ook al was het niet veel en was het niet ver. Ik leerde tevreden zijn met deze stapjes. Want helaas gaat het herstel van mijn situatie ook met kleine stapjes. En zijn het de kleine stapjes die je moet zien en waar je blij en tevreden mee zou moeten zijn. En dat is moeilijk voor de streber en de veeleisende stemmen die het doorgaans voor het zeggen hebben in mijn hoofd. Die constant de gelopen marathons op het netvlies halen, die vinden dat het gezeur wel eens over mag zijn.

De laatste lessen naderden en het lopen werd zwaarder. Het ging weer echt op hardlopen lijken. Intervallen van 7-8-9 minuten. Mijn lijf had het zwaar., maar dat mag natuurlijk als je wat aan het opbouwen ben. De laatste les moest en zou ik die 5 kilometer lopen en dat terwijl het niet één van beste dagen was. De aloude knoppen om vooral niet naar mijn gevoel te luisteren gingen weer eens om en ik voelde de tranen in mijn lijf opwellen, maar weigerde om te stoppen. Wat was ik voor een loser, dat ik nu niet eens die 5 km zou kunnen gaan lopen. Nou, dat zullen we wel eens zien vertelde mijn hoofd mij. Opgeven is geen optie. Hardlopen en huilen is iets wat moeilijk samengaat kan ik je vertellen. En dus liep ik met stokkende adem en een hartslag ver boven gemiddeld mijn 5 km gewoon uit. Weer keihard in mijn valkuil donderend. De veeleisendheid die verder wil, die zich wil bewijzen en die niet luistert naar het herstellende lijf wat hier nog helemaal niet aan toe was. Ik liep mijn 5 km uit, maar er was geen gevoel van overwinning. De rest van de dag verkeerde ik in mineurstemming. Een gevoel van teleurstelling en falen overheersde, ook al was Evy fier op mij. Dit was niet de goede manier. En ik wist het.

In de weken die volgde besloot ik me te focussen op lekker lopen. Afstand en tijd totaal onbelangrijk. Op mijn rondje is na 3 km een punt waarop ik kan besluiten om een route van 4 of 5 kilometer te gaan lopen. Die keuze maakte ik pas onderweg, door echt te voelen hoe het lijf de inspanning verdroeg. Een paar weken na die teleurstellende 5 km lukte het me. 5 kilometer onder genot van een heerlijk zonnetje. Soepeltjes en zonder al te veel lichamelijke ongemakken. En toen ik thuis kwam van dit rondje was ik toch wel een soort van trots. Dat ik in mijn huidige situatie dit weer voor elkaar kreeg. De loopjes stak ik vanaf nu zo in. Lopen moet prettig zijn en niet een gevecht met mijn geest en lichaam. Na het lopen moet er het fijne gevoel zijn dat ik weer lekker aan het sporten ben geweest. Dat het weer kan en dat het weer mag. Dat ik langzaam aan het opklimmen ben uit mijn dal. En tot dusver heb ik ook onderweg weer gekozen voor afkortingen, als het lijf er om vroeg. Ergens blijft het wel een teleurstelling, maar ik weet dat ik geduld moet hebben en die kleine stapjes moet respecteren. Alleen op die manier kan ik weer uit mijn dal opkrabbelen. Sommige dagen gaat het goed, sommige dagen niet. Het hoort bij het herstelproces. Soms loop ik de 5 km uit en soms blijf ik op 3,5 km steken. En dat is goed. Mijn tijd waarin het weer vanzelf gaat komt wel weer.

Het onderste van de put

En daar zitten we weer. Alleen op mijn kamertje. Het vertrouwen in mezelf is naar een dieptepunt gezakt, de zwarte hond, de donkerte, die depressie heel stevig in mijn hoofd geworteld. De put is diep en er lijkt maar geen einde aan te komen. Nu al weer voor de tweede keer een opname in de plaatselijke GGZ instelling. Na de eerste ging het thuis van kwaad naar erger. De medicatie sloeg niet aan, de wanhoop viert hoogtij, de donkerte werd donkerder en donkerder. Soms zo erg dat je het leven niet meer ziet zitten. Het hoort bij een depressie zeggen ze, het is niet van jou, maar soms voelt het zo razend echt.

Er heerst een gevecht in mij. Een gevecht tussen het gezonde deel dat mijn leven zo leuk vind en inziet dat het er met kleine stapjes weer bovenop kan komen tegen het zieke deel van mij dat niet meer wilt, dat het vechten zat is, dat influistert hoe waardeloos ik toch ben en hoe uitzichtloos mijn situatie nu is. Stop er toch mee, fluistert dat deel me toe. Maar het gezonde deel is nog altijd sterker. Dood gaan, dat wil ik niet. Mijn leven, dat wil ik weer terug. Dat mooie leven dat zo vanzelfsprekend leek. Een mooi huis, een goede baan, een fantastische vriend die me tot huwelijk heet gevraagd, het liefdevolle gezin waar ik uit kom, mooie hobby’s in de muziek en de sport. Alles waar ik zo hard voor gewerkt heb. Alles wat zo plotseling als een kaartenhuis omviel. Het begon als een burnout, maar ontwikkelde zich tot een heftige depressie.

Het gezonde en het zieke deel in mijn hoofd vechten een ware veldslag, terwijl ik mij bezig houd om kleurboeken, en dagboeken vol te kleuren, kilometer te lopen om maar vooral afleiding en de rust te zoeken die ik zo hard nodig heb, want energie heb ik nauwelijks.  Er zijn dagen bij dat ik niet meer zie hoe ik dit volhoud, maar gelukkig zijn er genoeg mensen om mij heen om te motiveren de strijd niet op te geven. De kaartjes, briefjes, appjes en bloemen maken me emotioneel maar doen me ook goed. Ik sta er niet helemaal alleen voor, terwijl mijn wereld na bijna een jaar ziekte behoorlijk is gekrompen. Het voelt eenzaam.

Toegeven aan die depressie en weer de oude worden. Dat is de uitdaging en dat is het ideaal. Vooral het stukje acceptatie is niet met de paplepel ingegoten. Doorgaan, niet zeuren, dat is de manier waarop ik ben opgegroeid en waarmee ik zo ver ben gekomen. Het is nu niet de oplossing. Leven in het nu is de opgave. Genieten van de kleine dingen die wel lukken. En vooral de hoop houden. De hoop houden dat ik mijn leventje zoals het was weer terug krijg waarin ik kan genieten van alles wat ik doe.

En nu zullen mensen denken. Waarom deelt ze dit verhaal nu? Dat is omdat ik het taboe wil doorbreken. Psychisch ziek zijn is geen pretje en facebook staat altijd vol prachtige avonturen en mooie verhalen. Maat het leven is niet alleen zonneschijn. Daar kom ik nu achter. Het leven is mooi, maar stelt je soms voor uitdagingen. En ik weet het allemaal heel goed. Na regen komt zonneschijn, zonder dalen geen pieken. En deze blog is daarmee dan ook niet bedoelt als klaagstuk, maar als waarschuwing. In deze wereld worden we doodgegooid met van allerlei leuke dingen, we werken ons kapot en rennen van hot naar her. En in die stressvolle wereld ontstaan steeds meer mensen die te maken krijgen met burn-out, depressie en tal van andere mentale ziekten. Je praat er niet over, het is een taboe.

Gebroken benen krijgen medeleven, maar psychisch is het toch iets anders. Het is niet te zien, het zit tussen je oren. Maar het is zo belangrijk om op tijd aan de bel te trekken. Ga naar de huisarts, laat je checken als je twijfels hebt. Zorg dat je er niet zo diep in komt te zitten als dat ik nu zit. Kies eerder voor jezelf en praat erover.

Molenhoeks Makkie. Een Makkie? Echt nie!

Afgelopen zondag stond ik aan de start van Molenhoeks Makkie. Een mooie natuurloop in het mooie Mook, een klein dorpje in de buurt van Nijmegen, bekend om zijn mooie Mookerheide. En nu verwacht je natuurlijk een lovend verslag over hoe mooi deze loop wel niet was. Hoe heerlijk ik door de bossen heb gerend en heb genoten van de volle 5 km. In dat geval moet ik je teleurstellen, maar ook de mindere lopen horen erbij en daarmee krijgt dit verslag ook een plaatsje op mijn blog.

Vorige week had zich de hele week al een donderwolk in mijn hoofd gevestigd. Zo’n dikke zwarte. Zo eentje waar geen zonnenstraal meer door heen komt. Zo’n momentje dat je het allemaal even niet meer ziet zitten. Je kent het wel. Dik een half jaar nu thuis met die klote burnout, inmiddels wel weer zo ver dat er weer iets valt te ondernemen, dat sporten weer aardig lukt, maar de grenzen zijn nog zo dun en het werken krijg ik maar niet voor elkaar. Werktechnisch blijf ik voor mijn gevoel al een paar maanden steken en zo langzamerhand ga je je afvragen of het ooit nog goed komt. Na de zoveelste terugval nu weer stabiel en in overleg met de bedrijfsarts besloten om echt van thuis uit op te bouwen. Je weet dat het nu even het beste is, en op het werk niks meer dan begrip, maar de dagen zijn lang en echt vrolijk wordt je van dat thuiszitten nu ook weer niet. Natuurlijk komt het allemaal wel weer goed, maar deze week lukte het maar niet om de positieve mindset te vinden. En met die negatieve mindset sta ik op het station. Tot drie keer toe wil ik rechtsomkeert maken, maar toch stap ik die zondagochtend in de trein. Met in het achterhoofd dat een rustige 5 km door de natuur me vast weer goed zou doen.

In Mook aangekomen hoor ik de omroeper al in de verte. Ik loop over de “Via Makkie” naar de start. Overal blijheid. Horden mensen. Het hele dorp is uitgelopen. Normaalgesproken zou ik dit geweldig hebben gevonden. Maar vandaag niet. Ik haal snel mijn startbewijs en zoek ergens een rustig plekje. Zelfs de WC’s hebben ze wat van gemaakt. Molenhoeks Kakkie staat er met grote letters op de deuren. In het startvak staat een fiets van een nafietser te wachten met een bordje: “Molenhoeks Slakkie”. En daar komt een levende mascotte het startvak in om iedereen nog even aan te moedigen. Van mij hoeft het vandaag allemaal niet. Ik spreek mezelf toe. Sandra, kom op, normaal zou dit helemaal goed zijn. Dit heeft alle potentie om leuk te zijn. Gewoon lekker onderweg gaan en lekker lopen.

Na niet al te lang komt het startvak in beweging. Eindelijk mag ik lopen en de natuur in. Doen, waarvoor ik hier gekomen ben. Muziek overal. Het is bijzonder voor zo’n klein loopje dwars door de natuur. Ze hebben er echt iets van gemaakt. Het bos is heerlijk en langzaam wordt ik wat rustiger. Het is een regenachtige dag, maar nu fijn droog. De bospaadjes schieten onder me door. En stiekem prikt er een zonnestraal door mijn donderwolk. Dit is toch echt wel leuk en fijn.

Na de run haal ik snel mijn tas op en vlucht naar de trein. Ik wil weg, ervandoor, weg van al die mensen. Maar ik ben toch geweest. Er even tussen uit, even het bos in. Even weg van huis. Thuis neem ik een heet bad en kruip ik weer terug in mijn donderbui. En ik besluit. Volgend jaar doe ik weer mee, dan laat ik die donderbui thuis en dan ga ik echt genieten. Molenhoeks Makkie, een goed georganiseerde loop, een prachtige route en de organisatie maakt er echt wat van!

Welcome to the Dutch mountains

Ik twijfelde om dit verslag te schrijven. Iets weerhield me ervan. Wat zou men er wel niet van denken? Werken lukt me nog minimaal, die vrijdag schittert ze van afwezigheid op de DCP (defensieconditieproef) en toch loopt ze daar een mooie trail in het Nijmeegse. Dat doet ze dan weer wel. Maar ik besef me nu, ik schrijf het toch, ik hoef me nergens voor te schamen. Laat nu voor één keer iedereen gewoon maar denken. Mensen weten niet wat er in me omgaat of wat goed voor me is. Dat moet ik zelf voelen en ontdekken. Hardlopen op mijn dooie gemakje is therapie. En is een manier om er weer boven op te komen. Hard gaan, zware intervallen of een coopertest vallen zwaar en leveren een kater op van een paar dagen, maar gewoon lekker hardlopen, nouja noem het joggen, van mij part snel wandelen, dat is heerlijk op dit moment.

En die trail, dat was genieten. Ik heb op mijn dooie gemak gelopen, geen prestatiedrang, geen druk, alles omhoog zo’n beetje gewandeld, 7 km in pak ‘m beet een uur (hard)gelopen en daarna ben ik doodmoe op de bank geploft om weer bij te komen. Met een prachtervaring in mijn zakken die niemand me meer af kan pakken.

Wat een prachtomgeving. Bovendien is de sfeer tijdens een trail er niet één van dikke tijden neerzetten. Het is ontzettend gemoedelijk, mensen nemen de tijd om onderweg te genieten van het moois wat aan je ogen voorbij komt. Dat stukje natuur daar bij die N70 dat is echt fantastisch mooi. Dat ademt rust, ruimte en ontspanning. Je weet niet wat je overkomt, je moet het hebben meegemaakt. Het was heerlijk. De bospaden, de trapjes, de vergezichten. Ik ben verliefd geworden op het gebied. Ik wist dat het rijk van Nijmegen mooi was, maar zo mooi. Als ik er aan terugdenk ontstaat er weer een glimlach op mijn hoofd.

En dat is precies wat ik mij heb nu heb laten vertellen door de mensen die het weten, doen waar je blij van wordt. Rustig aan, niet de randjes op zoeken, niet de (nog) minimale grenzen overschrijden. En het is enorm zoeken wat daar bij past, maar deze was hierin een goede en een aanrader voor alle hardlopers en natuurliefhebbers. Wat een prachtgebied en wat een leuke loop! Ik weet het zeker. Volgend jaar ben ik er weer bij!

Nieuwe uitdaging: “de lat wat lager”

Wees gerust, vandaag gewoon weer een hardcore “running” blog. Het is tijd om mezelf weer wat doelen te stellen, want uiteindelijk vind ik het heerlijk om mijn doelen achterna te streven. Vanuit de renclub werken wij altijd met modules. Bijvoorbeeld de komende maanden wil ik mij richten op het uitbreiden van de afstand van x naar y kilomter, of ik wil werken aan snelheid en meer. Het eerste wat me te binnen schiet is natuurlijk weer opbouwen richting marathon. Dat waren twee mooie avonturen en ik zou het erg graag weer over doen, wetende dat dit op het moment natuurlijk geen goed idee is. Een halve marathon dan? Op 1 augustus ging de inschrijving voor de Venloop open en ik stond op het punt een kaartje voor de O-zo-gezellige halve te kopen en ik stond te springen om er weer vol voor gaan. Maar nee, eigenlijk ook geen goed idee. Elke keer als ik naar het opbouwschema van de club kijk zucht ik als er een afstand van 7-8 kilometer opstaat en die afstanden kosten me dan ook genoeg moeite en het voelt regelmatig aan alsof ik ook een marathon in de benen heb zitten. En eigenlijk is dat toch gewoon ook goed? Wat is er mis met een verstandige keuze? En om even niet zo hard te trainen? Mijn lijf is me bovendien aan alle kanten aan het vertellen dat het voor nu zo goed is. Ik ben nog niet eens in staat om fulltime te werken, dat lichaam vraagt om de rust. En wat is nu eigenlijk het doel van hardlopen? Ik doe het om fit te blijven en om te genieten. En voor nu is het hardlopen weer een prachtige therapie gebleken. Het hoofd leeg maken, een praatje te maken met mijn renmaatjes en lekker bezig te zijn. Heerlijk! Te genieten van het bos, van de stofjes die vrijkomen bij een sportieve inspanning. Maar stiekem is er de laatste jaren prestatie-element bijgekomen en die is hardnekkig. Steeds weer wat verder. Vorig jaar april liep ik nog een marathon! Echt, heb ik zo langzaam gerend? Dat lijkt nergens op, wat een slakkengang. Maar dat hoeft toch allemaal niet? Het is één van de punten geweest op mijn lijstje met leefregels, de dingen die ik mezelf heb opgelegd in de jaren. Pieken, presteren. Zie mij toch eens gaan. Ik kan de hele wereld aan. Dat wil ik niet meer.

En daarom heb ik mezelf voor nu misschien nog wel een moeilijker doel gesteld. De lat wat lager, minder kilometers en meer genieten. Genieten van loopjes door de natuur en bovenal luisteren naar dat wijze lichaam. En om wel een stok achter de deur te houden en toch een klein doel te hebben heb ik me weer ingeschreven voor een paar loopjes in de buurt. Op 1 september starten we met de 7 km van de N70 trail nabij Nijmegen en in oktober gaan we voor de 10 km bij Molenhoeks Makkie. Heerlijk genieten van de prachtige natuur rondom Mook / Nijmegen. En als het moment niet daar is, dan zal ik niet twijfelen om de startbewijzen over te dragen aan een andere geïnteresseerde.

De ervaring met trails is verder dat de nadruk veel meer op genieten ligt en veel minder op het wedstrijd element. Bij de drankposten is er ruimte om even een kletspraatje te maken, en bovendien daar hebben ze meestal chocola! Als dat geen goede reden is. Dit jaar zal ik niet meer dan 10 km gaan lopen. Een beslissing die stiekem eigenlijk veel moeilijker is dan het rennen van een halve of hele marathon is.

Dus voor nu: On my way naar de N70 trail!

In Gesprek…

Dag lieve eigenschappen,

Leuk dat jullie er allemaal zijn. Hallo, perfectionisme. Goedemiddag, ongeduld, doorzettingsvermogen en ah daar heb je twijfel, loyaliteit en verantwoordelijkheidsgevoel. Wees welkom, wees welkom! Ah, de lat zie ik daar in de hoogte hangen. Welkom, welkom in de bus van mijn leven. Vandaag maken we een leuke tour. Vertel eens. Wat vinden jullie er van?


Perfectionisme: “Die bus lijkt nergens op”. Ongeduld: “en met deze snelheid komen we nergens”
Dank voor deze mededeling perfectionisme. Het kan inderdaad altijd beter, en jullie hebben me met veel dingen goed geholpen, maar voor nu is het goed. Het doel van de bus is dat we ergens komen, niet hoe de bus er uit ziet, niet hoe lang we er over doen, maar dat we uitkomen op onze bestemming. En weet je langzame vooruitgang is vaak veel duurzamer dan snelle progressie. Ik weet het, op de korte termijn voelt het niet zo, maar geloof mij. Uiteindelijk zijn we beter af.

Twijfel: “Wat moet iedereen hier nu weer van denken? Dit gezwets en gezwijmel. Men verwacht dat je sterk en stoer bent, zo werkt onze maatschappij. Dit gaat toch nergens over. En wie gaat dit gezwijmel dan lezen?”.Waarom zou iemand hier wat van moeten denken? Het is mijn bus, het is mijn leven, het is mijn tekst. En als men de tekst niet leuk vind dat scrolt men gewoon maar lekker door. Ik moet hier de slingers ophangen. Doen wat goed voor mij voelt. Dat is veel belangrijker als wat jan en alleman er van vindt. Niemand is altijd sterk en stoer. Iedereen heeft zijn imperfecties, dat is de charme van het mens zijn.

Doelgerichtheid: “Wat is dit dan voor nutteloos iets. Waar is het doel en het resultaat, gewoon een tour? Waar gaan we heen? Wat levert dit op? We hadden in dezelfde tijd veel betere dingen kunnen doen”.
Nou lieve doelgerichtheid, dat doe ik nu even wel. Gewoon lekker in het nu zijn.  Wanneer het lijf vertelt dat ik moe ben, dan trap ik op de rem, stap uit, kijk om me heen, geniet van alles wat er langs komt. Het is af en toe heerlijk om buiten om mee heen te kijken. De konijnen in de ren, de vogeltjes die een zandbad nemen, de sluipwespen die een nest graven. En ik sta daar dan gewoon. Even in de rust, even op mijn rem, even helemaal in mijn bubbel. Ik geef mijn lichaam tijd om te herstellen, zodat ik daarna weer alle energie heb om de dingen te doen die ik leuk vind en me te kunnen geven in alles wat ik doe. En lieve doelgerichtheid, je zult zien dat we daarmee uiteindelijk ons doel beter en sneller bereiken. Neem dat maar van mij aan!


Discipline: “Nou leuk zo’n bus, maar we hadden vandaag moeten trainen, lummelen dat kan later wel weer, gewoon nog heel even door anders dan bak je er dalijk niks meer van en bovendien sporten is goed voor je”
Vandaag gaan we gewoon even lekkeren rommelen en een tour maken in deze bus. Het is gewoon een drukke week geweest, de keuzes zijn op andere belangrijke zaken gevallen en weet je morgen lukt het waarschijnlijk dan gewoon veel beter. Hee, en het wetenschappelijk bewezen. Als je fit bent zal ik veel meer progressie boeken, want dan is het lijf er gewoon weer helemaal klaar voor. Lekker geslapen, lijf herstelt en klaar om er weer voor te gaan. Herstel is ook een heeeeeel belangrijk onderdeel van trainen hoor. En als we er weer klaar voor zijn, dan mag je je er weer mee bemoeien. Dan gaan we lekker knallen!

Verantwoordelijkheid: “Maar lieve Sandra leuk dit, maar als jij dit niet even oppakt, dan blijft het liggen en gaat alles mis”. Loyaliteit knikt instemmend: “En terwijl jij hier in je bus zit, kun je niet op dit overleg aanschuiven, en dat wordt echt van je verwacht”.
Uiteindelijk willen we allemaal vooruit lieve verantwoordelijkheid. En deze taak is gewoon echt niet van mij en als ik dat overleg laat schieten, dan komt het ook vast wel goed hoor. Ik weet het, het kan wel, even in de agenda schuiven en dan ontstaat daar nog wel een gaatje, maar weet je, er liggen ook nog zoveel andere taken op me te wachten. En als ik dat allemaal doe dan ga ik er zelf nog eens aan onder door. Ik laat even los en je zult zien. Ook dan komt het goed. Mijn motto: “Alles komt goed en zo niet dan toch”.

Ja, lieve eigenschappen. Jullie zijn mooi, jullie hebben mij gebracht waar ik nu sta. Maar jullie kunnen het ook soms wat overdrijven en samen vergeten we te genieten van de reis. En om ook eens achterom te kijken en zien wat we hebben bereikt en hebben gedaan. Samen zijn we zo’n goed team. Leun even lekker achterover en enjoy the ride!

Laat mij maar even mijn gang gaan. Ik pak het stuur en leid ons de weg. Maak maar even verbinding met mijn lijf en mijn gevoel, met deze bus. Ik houd van jullie, en jullie mogen er altijd zijn, zijn altijd welkom, en mijn beste raadgevers, maar uiteindelijk sta ik zelf wel aan het stuur. Ik vind het fijn om samen te kletsen, heb het gezellig met jullie en waardeer jullie adviezen. En dat, lieve eigenschappen, dat is de nieuwe koers. Vanaf nu laat ik jullie niet meer aan het stuur. Dat is alleen voorbestemd aan mijn persoontje, mijn hart en mijn gevoel. Afgesproken? Samen maken we er weer wat moois van en leven we mijn mooiste leven.

Ode aan de hardloopschoen

Ik sla de map met mijn startnummers er nog eens op open. 30 maart 2014, mijn allereerste 5 km run tijdens de Venloop. Ik mijmer even terug naar het moment. Daar stond ik dan. Eindelijk was het me gelukt de lessen van Evy af te ronden na nu eens niet tussentijds te hebben opgegeven. Na jaren onsportief te zijn geweest, was het tijd voor wat conditie. Ik was veel te vaak benauwd en was helemaal niet fit. En nu kon ik dus gewoon 5 kilometer rennen. Tijdens de atletieklessen op school finishte ik altijd als laatste en daar bereidde ik me nu dan ook weer op voor. Tussen de scholieren, toeters en het enthousiaste publiek nam ik plaats in het startvak. En ik werd helemaal geen laatste, ik haalde iedereen in. Ik eindigde ergens in de middenmoot! Ik kon het niet geloven. Het was fantastisch. Al die mensen, de fantastisch sfeer, dit smaakte naar meer! En dat meer dat kwam…

Vlakwatercross in Venray

Ik besefde me nog niet wat hardlopen voor me zou gaan betekenen. Hoe fijn het is om na een drukke dag de schoenen onder te binnen. Het hoofd leeg te lopen. Het asfalt onder je schoenen door te laten schieten. De wind in je haren en overgeleverd te zijn aan jezelf. De hardloopschoenen gingen ook aan bij regen, bij vrieskou en noem maar op. Alleen bij gladdigheid, onweer en echte hitte bleven ze binnen. Avontuur op avontuur volgde. Van de 5 naar de 10, naar de 10EM, naar de halve marathon en uiteindelijk voltooide ik zelfs twee hele marathons. Waar ik onwijs trots op ben. Ik leerde dat mijn lijf tot zoveel moois in staat was. Nee, het ging niet snel. Soms liep ik, en dan voelde ik me een waar keniaantje, maar in feite was ik gewoon Sandra die rustig voort jogde en door de langere afstanden werd ik langzamer en eindigde ik meestal ergens achteraan. En hee, das helemaal prima. Iemand moet toch de laatste zijn, niet waar? Ik werd een fanatiekeling. Een paar keer per maand reisde ik af naar een evenement. Ik liep ook urbantrails, dwars door gebouwen, de army urban run door volgens mij alle sloten van de kazerne in Oirschot, liep voor het goede doel (Kika-run en de eerste marathon voor het autismefonds), en we liepen zelfs in Disneyland Parijs. Als ik mijn slaapkamer inloop kijk ik met trots naar alle medailles die aan de muur prijken.

Onze medaille-oogst

Ik werd lid van de Runners World, abonneerde me op nieuwsbrieven en las alle boeken die je maar kon vinden. Een nieuwe verslaving was geboren. Inmidels puilt de boekenkast uit van de boeken over hardlopen.

De boekenkast vol hardloopboeken

Uiteraard waren er de ups en de downs. Heb ik inmiddels de nodige blessures gehad, de motivatiedipjes waarbij ik mezelf niet de deur uit kon krijgen. Het hoort er allemaal bij. En zoals bij zoveel dingen in mijn leventje sloeg ik ook in deze wel eens door. Zonder fatsoenlijk trainen een lange afstand lopen. Nou vooruit, meer dan eens. Kapot gaan, geen handige keuzes maken, te veel evenementen na elkaar. Op wilskracht lopen wat niet altijd verstandig was. De laatste marathon was zo dus eigenlijk niet zo handig. In de aanloop, tijdens en daarna kwam eerst de lopersknie om de hoek kijken, na een kilometer of 10 al last, maar gewoon stug doorlopen. Door je knie zakken, gewoon even wandelen en dan kon ik wel weer even rennen. Verstandig? Nee, maar ik haalde wel de finish (en de fysio had gezegd dat ik niks kapot kon maken). Daarna een scheve bekken, waardoor ik afgelopen jaar veel aan de kant heb gezeten, maar het is allemaal hersteld. Het menselijk lichaam is een wondertje, al mag ik er soms best wat liever voor zijn. De knop kan ik iets te makkelijk omzetten.

Vol trots met onze medailles van de Rotterdam Marathon

En nadat ik een paar maanden terug echt te ver over mijn grenzen ging en het hardlopen zo goed en kwaad als ging toch probeerde vol te houden ben ik weer gaan beseffen waar ik het allemaal voor doe. Ik kan het niet goed omschrijven, maar iedereen die rent die zal het kunnen beamen. Rennen is meer als sport. Rennen is therapie. Een moment waarop je al je zorgen vergeet. Het is opgaan in het moment. Jezelf uitdagen en jezelf keer op keer overwinnen op allerlei vlakken. Het laat zien wie je bent en het laat je voelen hoe de vlag er bij hangt.

En dan natuurlijk de runnershigh. Het bestaat. Niet altijd, meestal niet, maar als het moment daar is als je daar rent en het komt. Dan is het als een paradijs op aarde. Het geluk daalt op je neer. Een glimlach verschijnt op je gezicht en je beseft hoe fantastisch je leven is en hoe fijn het is om in staat te zijn om die hardloopschoenen onder te binden en te genieten. Wat ben ik blij dat ik dit ooit ontdekt heb en in 2014 heb doorgezet met de MP3’s van Evy op mijn oren. Ze zal nog steeds “fier” op me zijn. Ik heb er sindsdien een fantastisch uitlaatklep bij en ben een stuk fitter en gezonder. Ik kan me in ieder geval geen leven zonder hardlopen meer voorstellen en hoop dat ik nog jaren van deze mooi sport mag genieten!

Een rollercoaster van onmacht, frustratie, verwondering en verbazing

Een rollercoaster van onmacht, frustratie, verwondering en verbazing. Zo zou ik de afgelopen weken willen beschrijven. De eerste weken stond ik vol onmacht en frustratie aan de zijlijn, hardhandig uit de trein van het leven geknikkerd, boos dat ik het zover had laten komen, dat ik mezelf was kwijtgeraakt, vol vraagtekens hoe ik verder moest, terwijl de maatschappij op tempo 100 aan me voorbij raasde en mijn gedachten met me aan de loop gingen. Maar op dit moment overheerst de verbazing en de verwondering alom. Je staat er nooit bij stil wat wij onszelf aandoen en hoe we ons wonderbaarlijke lijf blootstellen aan miljoenen prikkels, zonder een moment stil te staan. En hoe knap dit lijf hier toch maar mee om weet te gaan als het hoofd niet wil luisteren naar de signalen.

Dat het menselijk lichaam een wonderbaarlijke chemische fabriek is vol processen die volautomatisch werken dat wist ik al. Te beginnen natuurlijk met het uitvoeren van de eerste levensbehoeftes zoals het hart laten kloppen, ademen en de organen hun werk te laten doen. Iets wat wij mensen nog altijd niet na kunnen maken.

Maar wat dacht je van alle prikkels die het elke dag, elke minuut te verduren heeft en waar je dat lijf zelf allemaal aan blootstelt. De haast waarmee we door ons leven snellen, de problemen die we onszelf aanpraten en op moeten lossen en waar wij in feite ons lijf dagelijks mee opzadelen. De stress stofjes gieren door ons lijf. We rennen van hot naar her, zonder dat lijf een moment van rust te gunnen en de kans geven te herstellen. Nooit is iets af en altijd willen we meer. Nog even dit, nog even dat. Nooit is iets goed genoeg. Een kans hier, een mogelijkheid daar en laten we dat er dan ook nog even bij doen. Kleine moeite. Presteren, bewijzen, de lat hoog, klaar staan voor de ander en langzaam raak je jezelf kwijt. Dat is normaal. Je weet niet beter. Druk zijn is de normaalste zaak van de wereld.

Als je even teruggeworpen wordt dan voel je hoeveel impact alles heeft. Ik kijk vol verwondering en verbazing deze dagen om me heen. De gewoonste dingen waren even helemaal niet zo gewoon. Even snel naar de supermarkt was er niet bij. De supermarkt werd een bos vol hongerige tijgers, die je elk moment aan konden vallen. Een dagtaak waar je de rest van de dag van bij moest komen. Een stukje lezen, een puzzeltje maken, een mailtje beantwoorden, even bouwen aan mijn modelbaan. Ineens gaat het allemaal niet meer zo makkelijk. Ineens heb je door hoe intensief dat eigenlijk allemaal wel niet is. Het ene nog meer dan het ander. Die dagelijkse, eenvoudige dingen, die de normaalste zaak van de wereld zijn. Energie is iets wat zorgvuldig gepland moet worden. Inmiddels is de supermarkt weer gewoon de supermarkt, worden de grenzen weer wat ruimer en begin ik weer wat dingen te kunnen ondernemen, maar vanzelfsprekend is alles nog niet. Regelmatig wordt ik nog teruggeworpen als ik (weer) te veel probeer te doen. Bijvoorbeeld toen ik afgelopen donderdag na 10 minuten op de judoclub al weer als een dood vogeltje aan de kant zat overheerste de onmacht weer even, maar aan de andere kant. Die dag had ik ook al wel weer 3 uur achter de PC gezeten. Feest! Het is en blijft de kunst om het positieve en de vooruitgang te blijven zien. Alles komt vanzelf wel weer goed. De ene dag is de andere nog niet, maar dit komt wel weer.

Ik heb een fantastisch boek gevonden wat alles in heel heldere taal uitlegt: “Gek op stress, maar niet altijd” van Suzan Kuijsten en Carolien Hamming. De wetenschappelijk onderbouwing die ik als rasechte techneut heel goed kon waarderen in deze zweverige abstracte wereld van gedachtes, naar je zelf luisteren en meer. Je lijf is de firma feel good die bestaat uit de afdelingen stress en herstel. De één kan niet zonder de ander. Maar als de ene afdeling aan het werk is, kan de andere niet aan het werk zijn. De twee afdelingen moeten er beide zijn en moeten in balans zijn. Aan het roer staan de directeuren emotie, ratio en fysiek. Als er even wat meer werk ligt voor de afdeling stress is er niks aan de hand. Ze knappen het allemaal wel even op, er worden extra werknemers aangenomen, overuren gemaakt en het voelt weer als normaal. Maar door de overuren van de afdeling stress moet de afdeling herstel flink inboeten en er ontstaat een personeelstekort. Je energievoorraden slinken en de roofbouw is gestart. Bij de directeuren emotie, fysiek en ratio ontstaan foutmeldingen. De firma dreigt failliet te gaan en er moet een interim-manager aan te pas komen om orde op zaken te stellen. De interim-manager ziet gelijk dat het aan alle fronten te kort schiet. De directie schiet te kort. Directeur fysiek is alleen met zichzelf bezig. Ze voelt zich rot en kampt met allerlei kwalen. Directeur ratio is geheel onverwachts met sabbatical gegaan. De maat was vol toen ze afspraken vergat en over iets eenvoudigs de hele dag na moest denken. Ze schreef haar collega’s een korte mail waarin ze uitlegt dat nadenken niet meer lukt en dat ze zich gedwongen ziet haar taken even neer te leggen en de komende tijd slecht bereikbaar zal zijn. Directeur emotie staat er dus zo’n beetje alleen voor, terwijl ook zij niet in orde is. Ze herkent zichzelf niet meer en zo somber en angstig is ze nog nooit geweest. Bij het minste of geringste slaat ze op tilt en voelt ze zich overmand door de gebeurtenissen of barst ze in huilen uit. Slechts een korte samenvatting uit een heel boeiend boek. De moeite waard!

En hoe fijn is de stilte. Even niks. Even tijd voor jezelf. Je gedachten de vrije loop kunnen laten gaan. En, je zult het niet geloven, maar ik doe tegenwoordig aan mindfulness. Ooit deed ik al eens een cursus mindful running, omdat ik nieuwsgierig was, dat was fijn, maar na dat dit klaar was nooit meer wat mee gedaan. Op dit moment doe ik het bijna elke dag even. Het is heerlijk. Niet dat ik daar in één of andere zen houding in yoga gewaad me uren bezig houd met buitenaardse energieën of iets dergelijks. Nee, ik lig gewoon even lekker op mijn bed en luister naar een appje, die mij vertelt even helemaal te ontspannen, rustig te ademen, te voelen en in het hier en nu helpt te zijn. Dan merk je hoe vaak je afdwaalt naar gedachtes over de toekomt! En hoeveel gedachtes er zijn die een loopje met je willen nemen! Hardlopen lukt niet zo lekker als voorheen, maar buiten zijn, met mindful, met aandacht, de aarde onder je voeten voelen, de bewustwording van de zon op je huid. Heerlijk! Gewoon in het hier en in het nu zijn. Niet meer niet minder.

Nee, leuk is het even helemaal niet. Een proces waar je even door moet. Maar wel een bijzondere leerschool die ik wel even nodig had om in te zien dat het ook nodig is om bij tijd en wijle even op de rem te trappen, voor mezelf te zorgen en niet altijd maar door te rennen. En zeg nou zelf: Het leven hoeft en kan niet altijd leuk zijn, dan zou het ook maar saai zijn. Uiteindelijk komt alles altijd weer goed.

En dan gaat het licht even uit…

Je leest het overal. Mensen vallen om, raken burn out, mensen raken overspannen en overwerkt. Je denkt dat je het niet kan overkomen. Je hebt een fantastisch leven. Je hebt alles wat je hartje begeerd. En al die mooie kansen die keer op keer voorbijkomen. Genieten van het moois om je heen. Soms is de wereld even stom, dan is het tijd voor keuzes en dan begint de cyclus weer van voor af aan. Niks mis mee toch? De grens rekt steeds een beetje verder op. Je wordt steeds wat moeier. Je weet dat het allemaal wel veel is, maar je kunt de kansen toch ook niet laten lopen? Je luistert niet naar de onzekerheid diep van binnen. Soms raakt iemand je. Je schut je hoofd, ontkent en neemt weer je stoere harde ik aan. De mensen om je heen vragen je hoe je het toch doet. Gewoon doorgaan. De ene voet voor de ander. Doorgaan en jezelf bewijzen tegenover de wereld. Kijk eens hoe mooi en goed ik het toch heb. Ik fix het allemaal, ik kan de hele wereld aan. Ik ren van het ene naar het andere doel en zeg overal ja op.

En dan besef je je dat het te veel is geweest. De keuzes zijn te laat gemaakt. Je glijdt weg in een andere wereld. Jouw wereld draait net iets anders als de rest, als in een waas. Je bent er niet meer bij. Kunt je niet meer focussen. Staat regelmatig te trillen op je benen. Schiet in tranen om het geringste, bent geïrriteerd. Het lukt steeds lastiger om dat schild nog hoog te houden. Een paar uur, maar daarna ben je uitgeteld. Je hebt nergens meer zin in. Je weet, nu ben je echt te ver gegaan. Als je op een ochtend trillend op je benen opstaat schiet er van alles door je hoofd. Heb ik het nu dan toch echt verpest. Heb ik het zover gerekt dat het elastiek dan nu toch gebroken is? Je slaapt bijna 2 dagen, voelt je weer iets beter, maar de andere wereld blijft. Je blijft in die waas en sleept je naar je werk en van afspraak naar afspraak. Je vervalt in twijfel. Hoe kom ik hier nog uit? Doorgaan. Kom op. Schop onder je kont. Die zon komt echt wel weer. Maar genieten doe je niet meer.

Totdat je je beseft dat je echt niet meer kan functioneren. Iets waar je normaal een uur over doet duurt een dag, vergeet dingen en bent er echt niet bij. Je weet diep van binnen dat er wat moet gebeuren. Dat je hulp nodig hebt. Je licht ook je leidinggevende in. Dat er aan gewerkt wordt, maar dat het momenteel even niet zo lekker gaat met excuses dat je het zover hebt laten komen. Maar alles komt altijd goed. Met een beetje doorzettingsvermogen en zelfreflectie. Je zet het op de mail, want durft dit echt niet face-to-face te vertellen. Je hebt zo hard gefaald. Na een paar maanden bij een fantastisch nieuwe job gooi je de handdoek in de ring en kun je niet presteren wat je zelf voor ogen hebt. Het leek zo mooi en nu heb je het verpest. Je leidinggevende belt je ’s middags terug. Ze is geschrokken en vraagt met klem de signalen serieus te nemen. En misschien heel misschien is het wel verstandig om even een stapje terug te doen op het werk en even een afspraak te maken met de bedrijfsarts. Ja, maar hoe zo dat dan? Het komt echt wel weer goed hoor. Gewoon even een dipje. Maar diep in je hart weet je dat dit niet zomaar een dipje is. Je wilt er niet aan, maar je hebt het nu echt te bont gemaakt. Je lichaam laat je dit aan alle kanten weten. Continu ziek, zwak en misselijk, die waas, de prikkelbaarheid, de emotionele reacties en die twijfel maken je gek. Haar advies om toch ook even langs de huisarts te gaan. Zo erg is het toch niet? Maar we doen het toch even. Het verhaal oefen je duizenden malen in je hoofd. Je somt de klachten op. Zo erg is het toch niet? Kom op zeg, jankert. Maar even praten dat kan geen kwaad. Je besluit toch te gaan.

Nou mevrouw Leurs dit lijkt toch wel erg op overspannenheid en ik adviseer om je ziek te melden op het werk. Het komt hard aan, maar je weet dat je nu echt te ver bent gegaan en kunt er niet omheen. Vooruit, een weekje dan. Even tot rust komen en dan weer gaan. Je communiceert het ook naar de collega’s en er volgen lieve berichtjes. Neem je tijd. Het werkt komt wel weer. Schamen hoeft niet, het kan iedereen overkomen. Maar zo voelt dat niet! Ik schaam me kapot. Ik had het nooit zo ver mogen laten komen. Die week bestaat uit slapen, huilbuien en gepieker tot de top. Je zit op de bank en voelt je hulpeloos. Het enige wat je kunt is voor je uit staren. Is dit dan nu het leven? Hoe moet ik verder? Ik kan zo niet doorgaan, maar dit is wie ik ben. Mijn levensstijl moet anders, maar hoe dan? Drukte en gejaag is mijn bestaansrecht. Al van jongs af aan! Ik wil er wat mee doen en ga op zoek naar hulp. De minimale wachttijden bedragen 6 weken. Ik kan hier toch niet 6 weken hulpeloos vanaf de bank toekijken? No way! Ik moet door, ik moet er wat aan doen. Ik zie het niet meer. Ik struin het internet radeloos af naar een psycholoog die mij hier mee kan helpen. Uiteindelijk vind ik er één die ook online sessies doet. Yes. De eerste afspraak is snel gemaakt.

Je wacht met smart op de bedrijfsarts, die zou toch wel moeten weten hoe ik dit het beste aan kan pakken? Misschien inderdaad even iets minder werken. Het is toch stiekem wel zwaar geweest. De reistijd naar Utrecht. Op kantoordagen gaat de wekker om 05:30 uur en ben ik om 19:30 uur weer thuis. Die afgesproken 2 dagen worden er stiekem ook wel vaak meer. Want je wilt overal bij zijn. En dan gewoon nog thuis aan de bak. De nieuwigheid, alle nieuwe mensen en de vele indrukken. Ook al is het in mijn ogen echt de baan van mijn leven. En dan de diverse orkesten, projecten, organisatie klusjes en de werkzaamheden voor defensie. Allemaal super leuk, maar vooruit dan toch wel veel.

Ik snap ook wel dat het niet een kwestie van een pilletje is en weer fit zijn, maar hij heeft verstand van het arbeidsproces en wat wel en niet te doen. Ik probeer een afspraak te maken in Den Bosch, want Utrecht is net toch weer een stukje verder. De drukte en reizen is nu echt geen optie. Ik wordt stapelgek tussen de mensen. Mijn hart gaat dan te keer als een gek en ik kan het gewoon even niet hebben. De supermarkt is al drama. Zelfs concentreren op mijn boodschappenlijstje lukt niet en ik moet de winkel 3x door en ik ben blij als ik weer buiten sta. Alles komt zo hard binnen. Ik voel me zo’n mislukkeling.

Bericht terug. Damn de afspraak duurt nog 3 weken. Moet ik tot die tijd dan niet werken? Dat kan toch zeker niet. Nee joh, dan moet het al lang weer over zijn. Via internet zoek ik me suf naar wat verstandig is in deze situatie. Je wilt het goede doen voor jezelf, maar ook weer door. Ik vind op internet een instantie waar mee je over psychisch dingetje kunt appen. Het advies, blijf thuis tot je bij de bedrijfsarts bent geweest. Zo af en toe mail ik mijn leidinggevende hoe de vlag er bij hangt en zij gebied me ook echt niet mijn best te doen om beter te worden en vooral vrienden te worden met mijn bank.  Ze gaat haar best doen het bezoekje aan de bedrijfsarts naar Den Bosch te verplaatsen. En waarempel dat lukt. Na 1,5 week ziekte zit ik doodnerveus in de wachtkamer. Uiteraard zijn alle zorgen voor niks, want het is een super aardige man, maar toch vertelt hij me om de komende 3 weken niet te werken. Nog eens 3 weken! Dan kom ik op meer dan een maand uit. Hij schudt zijn hoofd al als ik vertel wat ik op het werk allemaal doe en wat er de afgelopen maanden op me af is gekomen en dan hebben we het nog niet over mijn vrije tijd gehad. Oeps. Zijn advies is uiteraard om hier uit te komen en dan keuzes te maken. Het menselijk zenuwstelsel heeft grenzen en kan dit niet allemaal handelen.

Ik pieker me suf,  struin het net af en schrik van de hersteltijden die er voor dit soort dingen zijn. Bij een overspannenheid zeker wel een paar maanden herstel nodig. Damn, nee, echt niet! Niet bij mij hoor. En ook dat acceptatie een belangrijk goed is. Ok. Sandra je hebt het ook niet in een week verpest en zelf gedaan. Nu zul je er de vruchten van moeten plukken. Soms komen er momenten dat ik me er bij neerleg, toegeef dat het even niet lukt. Ik vind het moeilijk, vooral als er lieve mensen mij berichten en beterschapwensen sturen. Ik wil niet ziek zijn, ik doe niet aan ziek zijn. Ga weg! Na 2 weken bel ik mijn ouders met een brok in mijn keel. Ze willen en moeten het toch weten, maar ik wil ze er helemaal niet lastig mee vallen. Het komt echt wel weer goed. Om een beetje structuur te houden en voor de afleiding bezoek ik de repetitie van de muziekvereniging. Het valt sommige mensen op dat het even niet zo lekker gaat. En ook dat vind ik vervelend. Het gaat mij altijd goed hoor. Onkruid vergaat niet. Ook heb ik weer aansluiting gevonden bij mijn renclub en blijf ik lekker mensen gooien op de judoclub. Even rennen in het bos of sporten doet me toch wel goed, al moet ik ook van een klein stukje rennen op tempo slak weer een paar uur bij komen. Dingen die ik voorheen met twee vingers in mijn neus deed.

En nu gaan we de 4de week alweer in. Ik ben nog nooit zo lang van het werk geweest. Het gaat echt wel weer wat beter. Het lukt weer om een Netflix serie af te kijken met aandacht en weer een beetje aan mijn modelspoor te hobbyen. Weer een half uurtje te lezen, want dat ging ook niet meer. Volgende week heb ik weer een afspraak met de bedrijfsarts en dan verwacht ik dat ik het werk wel weer op kan gaan pakken. Al ben ik op dit moment wel bang dat ik te snel weer in mijn gedrevenheid en enthousiasme geraak.

Als ik zo lees en hoor ben ik er nog redelijk op tijd bij geweest, maar dit hele proces valt vies tegen en ik raad het niemand aan. Luisteren naar je lijf is echt belangrijk! Als ik het gevoel heb dat het nu weer even lekker gaat komt vaak de man met de hamer stiekem toch weer even langs om me terug te meppen op de bank. Acceptatie en toegeven Sandra. Acceptatie is het toverwoord. Laat het over je heen komen. Het komt allemaal wel weer. En wat hebben we ervan geleerd? Ook Sandra heeft grenzen en die grenzen zijn er niet voor niks. Heel raar.