Zonnestralen door het wolkendek

Het einde van het jaar nadert. Ik staar naar buiten waar het grauw en grijs is. De kleuren die de start van 2021 zo kenmerken. Niet meer de zwarte wereld van het jaar daarvoor, maar prettig was het nog niet. Gedurende het jaar kwamen er steeds meer zonnestralen door het wolkendek. Het was het jaar waarin ik echt weer stapjes voorwaarts mocht maken.

2021 was het jaar waarin ik ontslagen werd omdat ik te lang ziek was geweest. Daar ging mijn droombaan bij Rijkswaterstaat. Ik baal er nog steeds enorm van. Mijn werk was belangrijk voor mij. Je besteed er toch het merendeel van je tijd aan. Ik mocht werken aan de grote infrastructuur van Nederland, iets waar mijn civieltechnische hart sneller van gaat slaan. En bovendien wilde ik ontzettend graag weer wat gaan doen om een bijdrage te doen aan de maatschappij, om weer nuttig te zijn. Ik krijg nu een uitkering en ben tijdelijk arbeidsongeschikt verklaard. Dat hakt er toch behoorlijk in. Aan de andere kant gaf het me ook wel rust om geen werk te hebben om terug te moeten keren, maar hoofdzakelijk was het toch vooral K. Mijn fijne plek is weg en ik moet straks weer op zoek naar een passende baan. Momenteel heb ik nog geen idee wat en waar dat dan moet zijn. Werk is niet alles, maar toch. Het is wel een prettig idee dat ik het niet alleen hoef te doen. RWS is mij wettelijk verplicht aan een nieuwe passende baan te helpen.

Maar genoeg met alle kommer en kwel…… gedurende het jaar kwamen er steeds meer zonnestralen door het het wolkendek heen.

Het hele jaar ben ik in therapie geweest en heb ik keihard aan mezelf gewerkt. Ik heb zowel de 1e als de 2e fase van de schematherapie afgerond en ben gestart in de stepdown groep. Daarnaast ben ik begonnen met medicatie die er voor zorgt dat ik uit de emotionele rollercoaster kan stappen, zo’n opluchting! Eerst was het nog even spannend of mijn lichaam (lees nieren) het aan kon, maar gelukkig blijft dat tot dus ver allemaal stabiel. Ik begin nu stiekem in te zien dat ik anders tegen zaken aan ben gaan kijken dan voorheen. Dat ik verandert ben. Dat ik meer bij mezelf blijf en af en toe zelfs voor mezelf op kom. Ik heb geleerd om contact te maken met mensen, geleerd dat het fijn is om gevoelens te delen en dat het OK is dat mooie en minder mooie dingen naast elkaar bestaan. Aan de therapietijd heb ik zelfs nog een vriendin overgehouden. Daar ben ik enorm dankbaar voor.

Omdat ik bij Rijkswaterstaat ontslagen was en weer wat wilde gaan doen ben ik op zoek gegaan naar vrijwilligerswerk. Het leek wel of er alleen vrijwilligers werden gezocht in de zorg en dat is dus echt geen plaats voor mij. Sociale activiteiten kosten mij bakken met energie en bovendien moet het mijn omgeving altijd goed gaan. En toen kwam één van mijn therapeuten met een top idee, namelijk de bibliotheek. Zo gezegd, zo gedaan. Op dit moment werk ik 3 uurtjes in de week als vrijwilliger in de bibliotheek. Daarnaast is mijn oude liefde voor boeken en lezen ook weer ontwaakt. Het vraagt veel energie, soms levert het me frustratie op, maar het levert ook een mooie oefenplek om met mijn gedrag te experimenteren.

Een hoogtepunt van dit jaar was ook dat ik het contact met mijn ouders weer heb opgepakt. Ik had ze sinds mijn tochtje naar de crisisdienst niet meer gesproken. Ik kon het niet. In mijn ogen was ik altijd het gezonde kind en nu kon ik dat niet meer zijn. Ik had in mijn ogen keihard gefaald. Het lukte me niet meer om het masker hoog te houden. Bas heeft wel altijd contact met ze gehouden, maar dit was uiteindelijk natuurlijk geen houdbare situatie. Na het onderwerp veelvuldig op de groep te hebben besproken heb ik met de systeemtherapeut erbij een afspraak gemaakt met mijn ouders. Ik heb voor het eerst uitgelegd hoe ik mijn jeugd heb ervaren, hoe ik tegen bepaalde zaken aankeek, hoe ik er tijdens mijn therapie achter kwam dat bepaalde dingen tijdens mijn opvoeding bepaald gedrag hebben getriggerd. Oftewel, ik heb me voor het eerst echt kwetsbaar opgesteld. Dit was raar en ontzettend spannend en het maakte een enorm arsenaal aan emoties los, maar mijn ouders willen me nog steeds zien, houden nog steeds van mij. Ik mag zijn zoals ik ben. Als ik dit schrijf wellen er weer een paar tranen op. Ik ben blij dat ik deze stap weer heb kunnen zetten. Afgelopen kerst zijn we weer als vanouds op visite geweest. Hebben we heerlijk gegeten en het fijn gehad met elkaar.

Door de coronacrisis was het niet altijd mogelijk mijn hobbies te beoefenen, maar in de tijden dat het mocht heb ik het dit jaar grotendeels weer opgepakt. Ik heb het idee opgevat om te trainen voor mijn 2e dan (2e zwarte band) met judo. Ik vind het fijn om een doel te hebben. Ik heb kennis gemaakt met de kata. Een traditionele demo waarin worpen en technieken op een specifieke manier en specifieke volgorde moeten worden uitgevoerd, waarin alles perfect moet zijn. Dat valt tegen, maar het is zeker erg leuk om de technieken te perfectioneren. Daarbij krijg ik veel meer begrip van de technieken. Een technische judoka ben ik nooit geweest. Ik ben opgegroeid als wedstrijdjudoka. Het is zaak om de tegenstander op de mat te knallen. Lekker lomp en met veel kracht. Techniek was niet aan mij besteed.

Daarnaast ben ik ook met een nieuwe hobby begonnen. Ik heb een droom van mijn kleine meisje in vervulling laten gaan. Ik heb de manege opgezocht en ben begonnen met paardrijden. En daar ben ik blij mee. Ik vind het heerlijk om met deze grote knuffels van pak hem beet 500 kilo om te gaan. Het rijden is heerlijk, maar het poetsen (en knuffelen) tovert ook een glimlach op mijn gezicht. Dit jaar heb ik ook al mijn eerste buitenrit gemaakt. Eerst natuurlijk heel spannend, maar hoe fijn is het om de bossen in te trekken op de rug van een paard. Ik maakte onderstaande selfie en werd heel blij van het feit dat ik weer zo lekker blij kan kijken 🙂

Al met al kan ik weer genieten van de activiteiten die ik onderneem. En dat is een groot goed na de afgelopen paar jaar en daar ben ik uiteraard heel blij mee. Ik heb nog steeds wel last van sombere perioden, laat me opslokken door mijn emoties, maar die perioden worden weer afgewisseld met perioden waarin ik me prima voel. Volgens mijn psychiater ben ik op de goede weg. Het is goed om nu te ervaren dat je van crisis naar crisis gaat. Niet fijn, maar daartussen kan je weer genieten en dat is heel wat waard.

Dit jaar stond in het teken van opkrabbelen. Het was niet makkelijk, het is vaak nog niet makkelijk en het duurt allemaal ontzettend lang. Maar stiekem krijg ik weer het vertrouwen dat het allemaal goed komt. Komend jaar ga ik op dezelfde voet doorzetten. En ik hoop dat ergens het moment komt dat ik het werk weer op kan pakken en dat alles weer een beetje normaal wordt.

Lieve, kleine Sandra

Deze blog is voor mijn lieve, kleine Sandra. Afgelopen jaren heb ik veel inzichten gehad. Inzichten in mijn gedrag, inzichten in mijn hele zijn. Ik heb geleerd hoe mijn hele leven en vooral mijn jeugd invloed heeft gehad op mijn patroon van “depressieve perioden” en vooral op de laatste. Die dieper dan ooit was en die waaraan ik nu keihard werk, maar die nog niet is verdwenen. We zijn op de goede weg, maar het vergt nog enig geduld. Het heeft zo moeten zijn, om mogelijk te maken wat er nu gebeurd.

Voor de kleine Sandra waren gevoelens vervelende dingen, dingen die niet bestonden, dingen die ik het best in mijn grote teen kon stoppen. Die gevoelige kant identificeer ik nu als mijn kleine Sandra, mijn kwetsbare kind. Die emoties zijn nooit weggegaan, ze zaten daar tientallen jaren, veilig weggestopt. Van buiten wilde ik een stoere meid zijn, een vrouw die actief en sterk in het leven staat. Altijd bezig en altijd onderweg. De kleine Sandra laten zien was voor mij een groot taboe.

Die kleine Sandra, die was er echter wel, altijd, bij tijd en wijle probeerde ze boven te komen. Ze maakte me het leven moeilijk. Liet mij me slecht, labiel en emotioneel voelen. In cycli kwam dat kleine kind boven. Probeerde het me mee te trekken in een emotionele rollercoaster. Maar elke keer vocht ik zo hard dat jij weer in mijn grote teen verdween en ik weer verder kon met mijn stoere leven. Mijn baan als vrouwelijke civiel ingenieur, mijn bijbaan als soldaat bij de FKNR, organisatie dingen bij mijn verenigingen, het lopen van marathons en de herontdekte judosport. Van buiten en ook voor mij leek het alsof alles me aan kwam waaien.

Een tijd lang was druk doen mijn handelskenmerk. Ik moet ook bekennen dat ik genoot van de opmerkingen hoe ik het toch allemaal voor elkaar kreeg. Voeding voor mijn stoere ik en motivatie om door te gaan. Plannen dat kon ik wel, daarmee kon ik mijn dag heel goed barstensvol plannen en alles doen waarvan ik dacht dat ik het moest doen.

Diep van binnen wist ik dat ik vaak te veel aan het doen was. Ik voelde me steeds slechter, ik werd steeds moeier. Maar ik negeerde alles des te harder. Niet zo zeuren. Je hebt een super leven, wees eens niet zo ondankbaar. Het was gewoon weer zo’n cyclus, die ging met een beetje vechten ook wel weer weg.

En toen was er het moment dat ik jou, mijn lieve, kleine Sandra niet meer kon ontkennen. Ik was in en in moe. Kon niks meer aan. De wereld ging in een ander tempo aan mij voorbij. Het enige wat ik nog kon was slapen en huilen. Een schuldgevoel maakte zich van mij meester. Ik had het verpest. Jij, nam het over, lieve kleine Sandra. Emoties kwamen boven die zo hevig waren dat ik er diep in verzonken raakte. De wereld ging op zwart. Zo donkerzwart dat ik lang dacht dat ik er nooit meer uit zou komen. Dat er geen weg terug meer was en dat ik er beter een punt achter kon zetten. Deze put zou ik niet meer uitkomen. Nu was het gedaan, en kon ik zelf niet meer de weg naar boven vinden. Wat een waardeloos mens was ik geworden. En er volgde nog veel meer straffende en veeleisende boodschappen. Ik voelde me steeds verder wegzakken in mijn depressie.

Gelukkig heb ik mezelf op een moment gedwongen om mijn gedachten bij een psycholoog neer te leggen. Ik werd gewoon bang van mezelf. Zij zei mij dat ik hier meer hulp mee nodig had. De crisisdienst volgende, twee maal een opname op een gesloten afdeling, omdat ik de controle over mezelf behoorlijk kwijt raakte en zo moe was dat ik niet meer wilde leven. Nog meer hulp aan huis. Wat was ik een emotioneel wrak. En uiteindelijk de therapie bij het Centrum van Persoonlijkheidsstoornissen. Daar is de weg naar genezing ingezet. Een langdurende weg, maar uiteindelijk wel de weg naar een gezonde Sandra.

Daar leerde ik dat jij er mocht zijn lieve kleine Sandra. Ik ben opgegroeid in een fijn gezin, maar door het autisme van mijn broertje heb ik mezelf altijd weggecijferd. Jouw weggecijferd, lief kleintje. De emoties wilde ik zelf mee dealen, die wilde ik niet kwijt bij mijn ouders, die hadden het al druk genoeg. Ik kon de wereld zelf wel aan. En doordat ik mij groot wilde houden werd jij weggestopt. Om echt met emoties om te gaan heb ik nooit geleerd. Om voor mezelf op te komen, om er te mogen zijn en niet altijd te hoeven zorgen. Ook dat heb ik nooit geleerd. Maar nu, lieve, kleine, Sandra, nu mag jij er zijn. Ik heb je gezien, ik zie je emoties en hoor je roepen.

Ik ben nog maar net begonnen en het gaat nog niet altijd goed, maar ik doe mijn best om jou verdriet er nu te laten zijn. Om de kwetsbaarheid, jij dus, ruimte te geven. Daarvoor heb ik ook fijne medicatie gekregen. Iets waar ik me eerst voor schaamde, maar dat alles net een beetje makkelijker maakt. Waardoor ik de emoties op een afstandje kan bekijken en er niet helemaal in wegglij. We zijn samen aan het werk, om een nieuwe Sandra te vormen. Eentje waar jij er mag zijn, samen met mijn gezonde volwassen en zonder de straffende en veeleisende boodschappen waar wij onder gebukt gaan. Ook het blije kind in mij mag steeds vaker buiten spelen. Een kind wat van Lego en modelbouw houd. Waar ik me eerst voor schaamde, maar dat hoeft helemaal niet. Ik heb alle recht om dat gewoon leuk te vinden. Ik ben in dit proces mijn baan kwijtgeraakt, maar dat is nu even niet meer zo belangrijk. Het is nu even beter zo. Mijn tijd komt weer.

Ik schaam me er niet meer voor dat ik in therapie ben. Het heeft me letterlijk gered. Het gaat met de nodige hobbels, maar ik leer steeds meer, kan steeds meer aan, ik ben op weg naar een nieuwe Sandra. Een Sandra waarin plaats is voor een grote gezonde volwassene, en een blij en kwetsbaar kind. Een Sandra die zich niet continu afstraft voor de dingen die niet lukken of beter kunnen. Een Sandra die emoties serieus neemt en een Sandra die weer van het leven kan genieten. Het is geen gemakkelijk proces, maar ik weet nu wel zeker dat ik op de goede weg ben en dat mijn tijd weer komt.

De zon

In de verte schijnt de zon
Ik wist niet meer dat dat kon
Hoe fijn dat te voelen
Weer een beetje pit in het lijf en enkele nieuwe doelen

Voor even de rollercoaster van emoties stil
Diep in mij kriebelt weer een klein beetje wil
De wil om er te zijn, om te leven
Om op te staan en om mezelf te geven

Het duister staat nog aan de rand
Maar gaat steeds verder aan de kant
Langzaam mijn leven weer oppakken
Om nooit meer zo diep in de put te zakken

Emoties zijn er nog steeds en mogen er zijn
Ook al doet het nog altijd ontzettend veel pijn
Ze moeten nog worden verwerkt
Maar ze zijn een gegeven en worden niet ingeperkt

De weg omhoog is ingeslagen
Emoties komen met vlagen
Maar kunnen worden verdragen

“Dames en heren, de rollercoaster ‘into the dark’ is buiten gebruik gesteld. Onze excuses voor het ongemak.”

Het is een donderdagochtend en ik zit in de trein richting het CVP voor een afspraak met mijn psychiater. Langzaam zie ik het landschap voorbij trekken. Het is zomer aan het worden. De zon schijnt en de weilanden en bossen kleuren groen. Normaal iets waar ik echt van zou kunnen genieten. Nu niet. Het blijft een gevecht tegen die rollercoaster van emoties. Keer op keer trekken ze me weer naar beneden. Of zijn het de straffende en schuldinducerende oudermodi die dit doen. Ik heb vaak het gevoel dat het nooit meer goed komt.

Toch sleep ik mezelf elke keer weer naar de therapie en afspraken bij het CVP. Zo ook vandaag. We hebben een nieuwe locatie, fijn aan de andere kant van het station (alleen even oversteken) en alles is fris en nieuw. Ik ga zitten in één van de stoeltjes in de wachtruimte.

Mijn psychiater vind dat ik er altijd nog bedrukt uitzie en dat ben ik ook. Ik werk keihard op therapie, en ik heb zeker grote stappen gemaakt en veel geleerd over mijn eigen gedrag, maar de wereld blijft grauw en somber. De rollercoaster blijft rijden in mijn hoofd. Het is zo’n rollercoaster die in het donker rijd, dan is het extra spannend en zie je de bochten niet aankomen. Ze vraagt me of ik meer medicatie wil gebruiken. Ik zou me nu echt wel beter moeten voelen. Ik vind het allemaal prima. Ik grijp alles aan om aan die donkere wereld en die rollercoaster van emoties te ontsnappen. Zo gezegd, zo gedaan.

Een paar weken later ontdek ik ineens dat de rollercoaster defecten begint te vertonen. Ik sta er naast en kan naar mijn gevoelens kijken zonder meegesleept te worden het duister in. Het is niet ineens allemaal zon- en maneschijn. Maar ik heb meer rust. De emoties zijn er nog, maar ik kan ze van een afstandje bekijken. En ze de plek geven die ze verdienen. Niet wegduwen, maar verwerken. Erkennen dat ze er mogen zijn.

Zo ben ik een paar weken geleden mijn baan verloren. Dat is echt shit, want het was wel een soort van mijn droombaan. Maar ja 2 jaar ziek, dus dan komt de tijd van ontslag. Ik weet niet goed hoe het planningtechnisch gaat lopen. Ik weet alleen dat ik een overeenkomst moet tekenen en dan kom ik in een reintegratietraject van het rijk uit en gaan zij verder met mij aan de slag om weer in een baan uit te komen. Garantie geven ze echter niet. Na een telefoontje naar diegene die daar over gaat, begrijp ik voor mij dat het nog wel een paar maanden kan duren, voordat dit daadwerkelijk ingezet ga worden. Dat betekent dat er weer een hoop lege dagen aan ga komen. Lege dagen zijn gevaarlijk. Dan ga ik in mijn hoofd zitten. En dan is het makkelijk omzelf omlaag te denken.

Op de groep wordt vrijwilligerswerk geopperd. Ik ga niet achteruit zitten en slachtoffer spelen. Nee, ik ga op zoek. En zo heb ik binnen een week een afspraak gemaakt bij de bibliotheek. Vroeger was ik daar nooit weg te slaan en het is natuurlijk sowieso een rustige ruimte. En ergens voel ik een sprankje enthousiasme opvlammen. Dat heb ik in tijden niet gevoeld. Het gaat goed, het gaat beter en ik ben weer onderweg naar boven. Wat een heerlijk gevoel! Ik ben er nog niet, af en toe dondert en bliksemt het nog van binnen, maar voelen dat er progressie in zit is fijn! Dat af en toe de zon weer in mijn hoofd gaat schijnen. Ik wist niet dat het nog kon. Maar het is o zo fijn. lk krijg weer vertrouwen richting de toekomst. Hoe het gaat lopen weet ik niet, maar het gaat ooit weer goedkomen.

Een nieuwe fase in mijn grote GGZ avontuur

Het is donderdag 1 april en ik laat de grote deur van het gebouw achter me dichtvallen. En nee het is geen grap. Voor de laatste keer (in deze fase) loop ik het trapje af om richting station te lopen. Dit gebouw is het gebouw waar ik het afgelopen half jaar vaak wel 3-4 keer naar binnenliep voor therapie. Het is een gebouw waar ik veel tranen gehuild heb en het afgelopen half jaar keihard aan mezelf gewerkt heb. Het was heftig, het was intens en zwaar is het nog steeds. Ik heb mijn eigen gedrag en waar het vandaan komt geanalyseerd. En dat is confronterend. Mijn emoties stopte ik het liefst ergens in mijn dikke teen. Ze mochten er niet zijn, want ik was een sterke en stoere vrouw. Ik kon de wereld alleen aan. Hulp vragen voelde als falen. Ik wilde niemand tot last zijn. Toen ik 2 jaar geleden ziek werd waren het deze emoties die in alle heftigheid bovenkwamen. Ik heb nooit geleerd om hier mee om te gaan en dus raakte ik in een depressie.

Het afgelopen half jaar heb ik geleerd en gezien dat ik die emoties alsnog moet verwerken. Dat in mij een klein verdrietig meisje verstopt zit die ik al die jaren niet heb willen zien. De emoties van dat kleine meisje mogen er zijn en langzaam leer ik dat ik deze emoties kan verdragen zonder weer op de bodem van een diepe put te belanden.

Afscheidstegeltje gekregen van mijn therapeuten.

Wat ik ook heb geleerd is dat er in mij een legermacht van straffende en veeleisende overtuigingen in mijn hele zijn zijn verwikkeld. Er is bijna geen moment dat ik mezelf niet afstraf en mijn eigen doen bekritiseer. In de therapie noemde we dit de straffers. Ze zijn werkelijk overal, en dat maakt dat ik me machteloos voel. Maar volgens mijn therapeuten zit ik goed in mijn proces en is alles wat ik voel en ontdek passend bij deze fase. Dat maakt het allemaal niet makkelijker, maar het geeft me wel de kracht om door te gaan en te blijven vechten.

Nog zo’n begrip uit de therapie: verbinding. Toen ik begon had ik hier nog nooit van gehoord. Die verbinding heb ik mogen leren maken en gevoeld in de groep. Je mag je kwetsbaarheid laten zien. Dat is niet zwak, dat is juist sterk. En door contact te maken met andere mensen kun je delen in je pijn en dat werkt helend. Maar het feit dat ik voor het eerst in deze groep echt deze verbinding voelde, maakt het nu ook extra lastig dat ik moet loslaten. En van afscheid nemen houd ik sowieso niet. Vandaag ben ik door mijn groepsgenoten en therapeuten verrast met ontzettend lieve woorden en cadeautjes. Een dag die zorgde voor een rollercoaster van emoties. Ik voelde me echt gezien en ik voelde dat ik onderdeel uit mocht maken van deze groep. Een heel raar gevoel voor mij, vaak voel ik me een derde wiel aan de wagen en heb ik het idee er niet bij te horen. Al deze lieve mensen moet ik nu verlaten.

Niks dan lieve woorden, kaartjes en cadeautjes van mijn groepsgenoten en therapeuten.

Door de groten houten deur achter mij dicht te laten vallen zet ik een punt achter mijn 1e fase schematherapie en gaan we op naar het vervolg. Dat vervolg start over 3 weken als ik ga starten in de 2de fase, ga starten in een nieuw half jaar in een nieuwe groep. Dan is het tijd om de ontdekte patronen te gaan bekijken en te gaan veranderen. De therapie wordt minder intensief en dat betekent dat ik naast de therapie als het goed is mijn leven weer kan gaan opbouwen. Mijn werk weer op kan gaan pakken, mijn hobbies en alles wat de afgelopen 2 jaar even niet meer kon.

Weer een stap voorwaarts, maar ik vind het nu nog allemaal heel spannend. Een nieuwe groep met nieuwe mensen waar ik de verbinding weer mee moet vinden en opbouwen om nog meer over mezelf te leren en mezelf verder te ontwikkelen. En dan komen de twijfels. Kan ik die verbinding weer maken en voelen in de nieuwe groep? Kan ik straks daadwerkelijk bij mezelf blijven en zal ik niet weer als ik in mijn gedrevenheid raak de signalen en grenzen van mijn lijf compleet negeren? Gaat het me lukken om stapje voor stapje weer te integreren in de “normale” maatschappij?

Ik zie er enorm tegenop, maar ik vertrouw op mijn therapeuten dat het allemaal weer goed komt. Therapeuten die ik enorm dankbaar ben dat ze mij dit alles hebben laten zien en mij met dit alles hebben laten oefenen. Voor al hun geduld en betrokkenheid. Uiteindelijk is het een enorm dal waar ik doorheen ben gegaan, een groot avontuur binnen de GGZ, maar door al deze hulpverleners en groepsgenoten in de therapie kan ik straks, als het moment daar is, weer volledig functioneren in deze maatschappij en op een gezonde en betere manier met mezelf omgaan, zodat ik nooit meer onder in die diepzwarte put kom te zitten.

Uiteindelijk hoop ik straks in de spiegel te kunnen kijken en tevreden te kunnen zijn met de persoon die mij terug aankijkt. Want dat is mijn allergrootste doel. Tevreden worden met wie ik ben en ten volle genieten van het leven. Genieten en dankbaar zijn voor de kleine dingen. Genieten van het mooie leven wat ik kan hebben met Bas aan mijn zij.

Het jaar 2020, je was me er eentje

Traditiegetrouw blik ik aan het eind van het jaar terug op het voorgaande jaar. 2020 gaat de boeken in als een zeer bijzonder jaar.

Het afgelopen jaar ben ik het hele jaar “ziek” geweest. En heb ik diverse keren proberen weer te integreren op mijn werk, maar het wilde niet lukken. De reden dat mijn bedrijfsarts me eind 2019 doorstuurde naar een behandeltraject met als einddoel re-integratie. In plaats van verbetering ging het van kwaad naar erger. Ik belandde in een groot zwart gat, een diepe put, of hoe je het ook wil noemen. Ik zag niet meer hoe ik hier weer uit zou moeten klimmen. Dit was het dan, dacht ik. Dit gaat nooit meer over. Ik heb het verprutst. Ik heb het nu echt verprutst. Omringd door duisternis verzoop ik in mijn eigen verdriet. Het leven ging aan mij voorbij, terwijl ik in mijn eigen depressieve wereld gevangen zat. Je moet het hebben meegemaakt om het echt te voelen. Ik wist in ieder geval niet dat het mogelijk was om je zo intens slecht te voelen.

Maar toch brandde er ergens nog een vlammetje. Nu ik in therapie ben, zou ik het een stukje gezonde volwassene noemen. Dit stukje zag het helemaal mis gaan. Een groot deel van mij wilde niet meer leven. Zo donker was het geworden. Maar dat vlammetje wist dat dit niet goed was, dat ik er zelf niet uit zou komen en dat ik er echt eens over moest gaan praten. Tijdens een sessie met een psycholoog heb ik het allemaal op tafel gegooid. Ik vertelde haar alles. Hoe ik bezig was om methoden te zoeken om een einde aan de pijn te maken en mezelf van het leven wilde beroven. Hoe dat stuk zo hard aan mij trok, dat ik er bang van werd. Bang dat er een moment zou komen, waarop ik echt zou gaan handelen. Ik zag simpelweg geen uitweg meer. Alles was zwart. Grote donderwolken hadden bezit genomen van mijn hoofd.

Na die openbaring kwam alles in een stroomversnelling. De psychiater van daar zorgde er uiteindelijk voor dat ik in Venlo bij de crisisdienst terecht kwam. Ik had last van een mentale crisis en veiligheid was nu het belangrijkste. Ergens zat daar nog wel een klein stukje wat verder wilde, maar de donkere buien overschaduwde het allemaal. Het gevoel was zo benauwend en intens. Hier kon ik niet meer mee leven.

Gedicht wat ik in de kliniek schreef

En die mentale crisis daar begon het jaar 2020 mee. Ik wist me geen raad. Ik was verdrietig, ten einde raad. Het is bizar hoe je alles kan hebben en toch zo intens verdrietig kan zijn. En daarmee praatte ik mezelf nog eens dieper de put in leerde ik later. Want dit gevoel mocht er niet zijn, maar het was er wel, zo’n mislukking was ik geworden. Ik had eerder aan de bel moeten trekken, ik had het nooit zo ver mogen laten komen. Maar aan die gedachten had ik niks meer, want wat is geweest dat is geweest.

In februari van dit jaar werd ik opgenomen in de kliniek in Venlo. Ik was een gevaar voor mezelf geworden. Ik was bang voor de intense donkere gevoelens die me aanvlogen. Ik kon niet meer garanderen dat ik mezelf niks aan zou doen. In de kliniek werd ik wat rustiger en uiteindelijk werd een paar weken later ontslagen. Vervolgens was ik een week thuis, waar de gevoelens weer aanwakkerden. Ik wilde dit niet meer. Ik was bang voor mezelf. Ik kreeg medicatie, maar die sloeg niet aan. Een week na ontslag was ik weer terug in de kliniek. Daar werd ik versneld omgezet op andere medicatie. Met mijn ontslag was ik het niet eens, ik voelde me nog steeds verschrikkelijk, maar ik was omgezet op die andere medicatie en ik moest maar met wat meer zelfdiscipline mijn neigingen onderdrukken en de kliniek verlaten. Vanaf toen had ik elke dag contact met het IHT in Venlo. Ik leerde mijn gevoelens te uiten, ik leerde ook te bellen naar de IHT telefoon, te vragen om hulp als ik dit nodig had. En ik nam deel aan de dagbehandeling. Zo maakte ik ook kennis met lotgenoten, leerde omgaan met mijn situatie en werd ik beziggehouden. En zo ging het eerste half jaar van 2020 voorbij. Langzaam werd ik wat rustiger, leerde ik de afleiding te zoeken en hulp te vragen wanneer nodig. Mijn emoties werden steeds weer een beter stabieler.

De burnout waar het in april mee was begonnen was een depressie geworden. En de gevoelens en klachten die daarbij hoorden paste prima in het straatje. Echter, die depressie, die wilde niet minder worden. Tijdens mijn crisis had ik een fijne psychiater getroffen die vermoedde dat er meer onder zat, een persoonlijkheidsproblematiek die me elke keer weer de put in trapte. Ik kreeg een test en inderdaad, dit was het geval. Een dwangmatige en een vermijdende persoonlijkheidsstoornis zaten mijn herstel dwars. Ik kreeg het advies om schematherapie te gaan volgen. En toen volgde de schok, voor deze therapievorm was er een wachttijd van 8 maanden. 8 maanden! Opnieuw belande ik in het zwarte gat. De corona golf had mij me dagbehandeling ontnomen. Ik zat thuis en de muren kwamen op me af. Het sprankje wat uit dat gat wilde klimmen dimde en daar zat ik dan weer. Er was vooruitzicht, maar dit duurde nog zo lang. Ik kon echt niet meer zo lang wachten. Wat was ik blij dat de IHT er nog was om mee te praten en me om te laten praten dat het echt wel weer goed zou komen. Zij zouden me niet zomaar laten vallen en dat deden ze ook niet. Ik had de fijne verpleegkundige achter de hand als ik vastliep. Ergens was ik ook blij met de Corona crisis. De hele wereld stond stil, net als mijn wereld en Bas werkte thuis, waardoor ik overdag niet alleen kwam te zitten. Bas, mijn grote liefde en steunpilaar. Hij was er altijd voor een stemmingsverhogende wandeling of om me te knuffelen en me uit te laten huilen. Er zat niks anders op als het uit te zitten, afleiding te zoeken en door te gaan.

Tot mijn verassing werd ik, veel eerder, in de zomer gebeld en kon ik eind september al beginnen op het centrum voor persoonlijkheidsstoornissen (kortweg CvP). En later belden ze dat ik zelfs eind augustus kon beginnen. Ik had me vastgeklemd aan deze vooruitzichten en was ontzettend blij dat ik eindelijk weer echt aan mezelf kon gaan werken.

De eerste weken van de therapie heb ik als enorm intens ervaren, maar ik had weer vooruitzicht. Ik kon weer ergens mijn tanden inzetten. Vooruit kijken. Tijdens de therapie sessies graven we diep in mijn verleden. Ik heb schema’s (overtuigingen) aangeleerd die voortkomen uit behoeftes die ik als kind nodig had, maar niet heb gekregen. Deze schema’s /overtuigingen met bijbehorende coping of overlevingsstrategie hielpen mij, maar laten me nu vastlopen. Gevoelens uit mijn jeugd heb ik ver weg, en diep van binnen opgeslagen, maar in mij zit nog altijd ergens dat weggeduwde kwetsbare kind van vroeger. Dat kind vind nu zijn weg naar buiten. Er moeten tranen gehuild worden en gevoelens worden doorleefd. Het is niet makkelijk, het is verdomd moeilijk zelfs, ik huil veel en vaak, maar ik voel wel dat dit de juiste plek voor mij is, en dat hier mijn oplossing ligt. De straffers in mij vertellen me nog vaak dat ik het nooit meer op ga lossen, wie ik wel niet ben, die dat denkt. Maar ergens word dat stukje moed om door te gaan langzaam groter. Inmiddels heb ik een heel team van fijne hulpverleners om me heen verzamelt die echt naar me luisteren, die me adviseren en dingen doen inzien. Ik hoef het allemaal niet meer alleen te doen en ik ben gezegend met de betrokkenheid waarin zij hun werk beoefenen. Het is een intensief traject en het gaat niet zonder slag of stoot, maar ik ben weer onderweg naar boven. En daar hebben zij een enorm groot aandeel in. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor.

En daarmee sluit ik dit jaar af. Dit jaar wat ik liever had overgeslagen, maar waar ik uiteindelijk ontzettend veel over mezelf heb geleerd. Ik heb hulp gezocht en gevonden en langzaam laat ik dit steeds meer toe, want hier zat ook nog wel een dingetje. Sandra kon altijd de hele wereld alleen aan. Ik ben het hele team aan hulpverleners en natuurlijk mijn grote steunpilaar Bas ontzettend dankbaar. Uiteindelijk is het goed zoals het gelopen is. Het had heel anders af kunnen lopen. Ik durf er niet aan te denken.

En dan is 2020 bijna ten einde, en 2021 nadert. Het jaar waarin alles weer goed zou moeten komen. Ik ben er nog niet en ik zal nog hard moeten werken, maar het vlammetje wat door wil gaan en mijn problemen aan wil pakken wordt steeds groter. Ik hoop dit jaar mijn leuke leventje weer op te gaan bouwen en kan gaan genieten van wat ik tegenkom op mijn weg. Een ding weet ik zeker. Zo diep in de put vallen dat gaat niet meer gebeuren. “Been there, done that en got a T-shirt”.

Op naar een mooi 2021!

Evy is weer fier op mij

Deze blog is ooit begonnen om te verhalen over mijn avonturen in hardloopland. Het laatste jaar staat het hardlopen echter op een laag pitje, omdat het leven mij een andere uitdaging in de schoenen schoof. Van burn-out naar depressie die maar niet geneest klaarblijkelijk door een onlangs ontdekte persoonlijkheidsstoornis. Door deze doldwaze avonturen ben ik het hardlopen anders gaan benaderen en in deze blog wil ik het daar eens over hebben.

De laatste blog schreef ik toen ik voor de tweede keer werd opgenomen. Op dat moment ging het niet zo best met mij. Tegen het einde van die opname zeiden de verpleegkundigen als ik weer eens in één van mijn zwarte buien zat, spring even op de loopband, bewegen doet jou goed. En dat hielp inderdaad. Eerst vanuit mijn onrust op de loopband, later buiten, omdat ik dan even weg kon (en ik inmiddels weer vrijheden kreeg om naar buiten te gaan). Bewegen en met name het hardlopen zet even mijn hoofd vol zwarte gedachten stil. Als ze het hebben over leven in het nu, dan moet dat het zijn. Haren in de wind, blik op oneindig en het geluid van de schoenen die voortgaan over het asfalt. Evy leerde me opnieuw lopen. Rustig en dat was goed. Zo kon ik haar schema langzaam afvinken, was ik lekker buiten, en leerde ik tevreden zijn met de korte stukjes die ik kon lopen. Omdat het zo lekker langzaam ging, werd hardlopen weer een activiteit die mijn stemming verbeterde en een fijne ervaring. Ook al was het niet veel en was het niet ver. Ik leerde tevreden zijn met deze stapjes. Want helaas gaat het herstel van mijn situatie ook met kleine stapjes. En zijn het de kleine stapjes die je moet zien en waar je blij en tevreden mee zou moeten zijn. En dat is moeilijk voor de streber en de veeleisende stemmen die het doorgaans voor het zeggen hebben in mijn hoofd. Die constant de gelopen marathons op het netvlies halen, die vinden dat het gezeur wel eens over mag zijn.

De laatste lessen naderden en het lopen werd zwaarder. Het ging weer echt op hardlopen lijken. Intervallen van 7-8-9 minuten. Mijn lijf had het zwaar., maar dat mag natuurlijk als je wat aan het opbouwen ben. De laatste les moest en zou ik die 5 kilometer lopen en dat terwijl het niet één van beste dagen was. De aloude knoppen om vooral niet naar mijn gevoel te luisteren gingen weer eens om en ik voelde de tranen in mijn lijf opwellen, maar weigerde om te stoppen. Wat was ik voor een loser, dat ik nu niet eens die 5 km zou kunnen gaan lopen. Nou, dat zullen we wel eens zien vertelde mijn hoofd mij. Opgeven is geen optie. Hardlopen en huilen is iets wat moeilijk samengaat kan ik je vertellen. En dus liep ik met stokkende adem en een hartslag ver boven gemiddeld mijn 5 km gewoon uit. Weer keihard in mijn valkuil donderend. De veeleisendheid die verder wil, die zich wil bewijzen en die niet luistert naar het herstellende lijf wat hier nog helemaal niet aan toe was. Ik liep mijn 5 km uit, maar er was geen gevoel van overwinning. De rest van de dag verkeerde ik in mineurstemming. Een gevoel van teleurstelling en falen overheersde, ook al was Evy fier op mij. Dit was niet de goede manier. En ik wist het.

In de weken die volgde besloot ik me te focussen op lekker lopen. Afstand en tijd totaal onbelangrijk. Op mijn rondje is na 3 km een punt waarop ik kan besluiten om een route van 4 of 5 kilometer te gaan lopen. Die keuze maakte ik pas onderweg, door echt te voelen hoe het lijf de inspanning verdroeg. Een paar weken na die teleurstellende 5 km lukte het me. 5 kilometer onder genot van een heerlijk zonnetje. Soepeltjes en zonder al te veel lichamelijke ongemakken. En toen ik thuis kwam van dit rondje was ik toch wel een soort van trots. Dat ik in mijn huidige situatie dit weer voor elkaar kreeg. De loopjes stak ik vanaf nu zo in. Lopen moet prettig zijn en niet een gevecht met mijn geest en lichaam. Na het lopen moet er het fijne gevoel zijn dat ik weer lekker aan het sporten ben geweest. Dat het weer kan en dat het weer mag. Dat ik langzaam aan het opklimmen ben uit mijn dal. En tot dusver heb ik ook onderweg weer gekozen voor afkortingen, als het lijf er om vroeg. Ergens blijft het wel een teleurstelling, maar ik weet dat ik geduld moet hebben en die kleine stapjes moet respecteren. Alleen op die manier kan ik weer uit mijn dal opkrabbelen. Sommige dagen gaat het goed, sommige dagen niet. Het hoort bij het herstelproces. Soms loop ik de 5 km uit en soms blijf ik op 3,5 km steken. En dat is goed. Mijn tijd waarin het weer vanzelf gaat komt wel weer.

Het onderste van de put

En daar zitten we weer. Alleen op mijn kamertje. Het vertrouwen in mezelf is naar een dieptepunt gezakt, de zwarte hond, de donkerte, die depressie heel stevig in mijn hoofd geworteld. De put is diep en er lijkt maar geen einde aan te komen. Nu al weer voor de tweede keer een opname in de plaatselijke GGZ instelling. Na de eerste ging het thuis van kwaad naar erger. De medicatie sloeg niet aan, de wanhoop viert hoogtij, de donkerte werd donkerder en donkerder. Soms zo erg dat je het leven niet meer ziet zitten. Het hoort bij een depressie zeggen ze, het is niet van jou, maar soms voelt het zo razend echt.

Er heerst een gevecht in mij. Een gevecht tussen het gezonde deel dat mijn leven zo leuk vind en inziet dat het er met kleine stapjes weer bovenop kan komen tegen het zieke deel van mij dat niet meer wilt, dat het vechten zat is, dat influistert hoe waardeloos ik toch ben en hoe uitzichtloos mijn situatie nu is. Stop er toch mee, fluistert dat deel me toe. Maar het gezonde deel is nog altijd sterker. Dood gaan, dat wil ik niet. Mijn leven, dat wil ik weer terug. Dat mooie leven dat zo vanzelfsprekend leek. Een mooi huis, een goede baan, een fantastische vriend die me tot huwelijk heet gevraagd, het liefdevolle gezin waar ik uit kom, mooie hobby’s in de muziek en de sport. Alles waar ik zo hard voor gewerkt heb. Alles wat zo plotseling als een kaartenhuis omviel. Het begon als een burnout, maar ontwikkelde zich tot een heftige depressie.

Het gezonde en het zieke deel in mijn hoofd vechten een ware veldslag, terwijl ik mij bezig houd om kleurboeken, en dagboeken vol te kleuren, kilometer te lopen om maar vooral afleiding en de rust te zoeken die ik zo hard nodig heb, want energie heb ik nauwelijks.  Er zijn dagen bij dat ik niet meer zie hoe ik dit volhoud, maar gelukkig zijn er genoeg mensen om mij heen om te motiveren de strijd niet op te geven. De kaartjes, briefjes, appjes en bloemen maken me emotioneel maar doen me ook goed. Ik sta er niet helemaal alleen voor, terwijl mijn wereld na bijna een jaar ziekte behoorlijk is gekrompen. Het voelt eenzaam.

Toegeven aan die depressie en weer de oude worden. Dat is de uitdaging en dat is het ideaal. Vooral het stukje acceptatie is niet met de paplepel ingegoten. Doorgaan, niet zeuren, dat is de manier waarop ik ben opgegroeid en waarmee ik zo ver ben gekomen. Het is nu niet de oplossing. Leven in het nu is de opgave. Genieten van de kleine dingen die wel lukken. En vooral de hoop houden. De hoop houden dat ik mijn leventje zoals het was weer terug krijg waarin ik kan genieten van alles wat ik doe.

En nu zullen mensen denken. Waarom deelt ze dit verhaal nu? Dat is omdat ik het taboe wil doorbreken. Psychisch ziek zijn is geen pretje en facebook staat altijd vol prachtige avonturen en mooie verhalen. Maat het leven is niet alleen zonneschijn. Daar kom ik nu achter. Het leven is mooi, maar stelt je soms voor uitdagingen. En ik weet het allemaal heel goed. Na regen komt zonneschijn, zonder dalen geen pieken. En deze blog is daarmee dan ook niet bedoelt als klaagstuk, maar als waarschuwing. In deze wereld worden we doodgegooid met van allerlei leuke dingen, we werken ons kapot en rennen van hot naar her. En in die stressvolle wereld ontstaan steeds meer mensen die te maken krijgen met burn-out, depressie en tal van andere mentale ziekten. Je praat er niet over, het is een taboe.

Gebroken benen krijgen medeleven, maar psychisch is het toch iets anders. Het is niet te zien, het zit tussen je oren. Maar het is zo belangrijk om op tijd aan de bel te trekken. Ga naar de huisarts, laat je checken als je twijfels hebt. Zorg dat je er niet zo diep in komt te zitten als dat ik nu zit. Kies eerder voor jezelf en praat erover.

Molenhoeks Makkie. Een Makkie? Echt nie!

Afgelopen zondag stond ik aan de start van Molenhoeks Makkie. Een mooie natuurloop in het mooie Mook, een klein dorpje in de buurt van Nijmegen, bekend om zijn mooie Mookerheide. En nu verwacht je natuurlijk een lovend verslag over hoe mooi deze loop wel niet was. Hoe heerlijk ik door de bossen heb gerend en heb genoten van de volle 5 km. In dat geval moet ik je teleurstellen, maar ook de mindere lopen horen erbij en daarmee krijgt dit verslag ook een plaatsje op mijn blog.

Vorige week had zich de hele week al een donderwolk in mijn hoofd gevestigd. Zo’n dikke zwarte. Zo eentje waar geen zonnenstraal meer door heen komt. Zo’n momentje dat je het allemaal even niet meer ziet zitten. Je kent het wel. Dik een half jaar nu thuis met die klote burnout, inmiddels wel weer zo ver dat er weer iets valt te ondernemen, dat sporten weer aardig lukt, maar de grenzen zijn nog zo dun en het werken krijg ik maar niet voor elkaar. Werktechnisch blijf ik voor mijn gevoel al een paar maanden steken en zo langzamerhand ga je je afvragen of het ooit nog goed komt. Na de zoveelste terugval nu weer stabiel en in overleg met de bedrijfsarts besloten om echt van thuis uit op te bouwen. Je weet dat het nu even het beste is, en op het werk niks meer dan begrip, maar de dagen zijn lang en echt vrolijk wordt je van dat thuiszitten nu ook weer niet. Natuurlijk komt het allemaal wel weer goed, maar deze week lukte het maar niet om de positieve mindset te vinden. En met die negatieve mindset sta ik op het station. Tot drie keer toe wil ik rechtsomkeert maken, maar toch stap ik die zondagochtend in de trein. Met in het achterhoofd dat een rustige 5 km door de natuur me vast weer goed zou doen.

In Mook aangekomen hoor ik de omroeper al in de verte. Ik loop over de “Via Makkie” naar de start. Overal blijheid. Horden mensen. Het hele dorp is uitgelopen. Normaalgesproken zou ik dit geweldig hebben gevonden. Maar vandaag niet. Ik haal snel mijn startbewijs en zoek ergens een rustig plekje. Zelfs de WC’s hebben ze wat van gemaakt. Molenhoeks Kakkie staat er met grote letters op de deuren. In het startvak staat een fiets van een nafietser te wachten met een bordje: “Molenhoeks Slakkie”. En daar komt een levende mascotte het startvak in om iedereen nog even aan te moedigen. Van mij hoeft het vandaag allemaal niet. Ik spreek mezelf toe. Sandra, kom op, normaal zou dit helemaal goed zijn. Dit heeft alle potentie om leuk te zijn. Gewoon lekker onderweg gaan en lekker lopen.

Na niet al te lang komt het startvak in beweging. Eindelijk mag ik lopen en de natuur in. Doen, waarvoor ik hier gekomen ben. Muziek overal. Het is bijzonder voor zo’n klein loopje dwars door de natuur. Ze hebben er echt iets van gemaakt. Het bos is heerlijk en langzaam wordt ik wat rustiger. Het is een regenachtige dag, maar nu fijn droog. De bospaadjes schieten onder me door. En stiekem prikt er een zonnestraal door mijn donderwolk. Dit is toch echt wel leuk en fijn.

Na de run haal ik snel mijn tas op en vlucht naar de trein. Ik wil weg, ervandoor, weg van al die mensen. Maar ik ben toch geweest. Er even tussen uit, even het bos in. Even weg van huis. Thuis neem ik een heet bad en kruip ik weer terug in mijn donderbui. En ik besluit. Volgend jaar doe ik weer mee, dan laat ik die donderbui thuis en dan ga ik echt genieten. Molenhoeks Makkie, een goed georganiseerde loop, een prachtige route en de organisatie maakt er echt wat van!

Welcome to the Dutch mountains

Ik twijfelde om dit verslag te schrijven. Iets weerhield me ervan. Wat zou men er wel niet van denken? Werken lukt me nog minimaal, die vrijdag schittert ze van afwezigheid op de DCP (defensieconditieproef) en toch loopt ze daar een mooie trail in het Nijmeegse. Dat doet ze dan weer wel. Maar ik besef me nu, ik schrijf het toch, ik hoef me nergens voor te schamen. Laat nu voor één keer iedereen gewoon maar denken. Mensen weten niet wat er in me omgaat of wat goed voor me is. Dat moet ik zelf voelen en ontdekken. Hardlopen op mijn dooie gemakje is therapie. En is een manier om er weer boven op te komen. Hard gaan, zware intervallen of een coopertest vallen zwaar en leveren een kater op van een paar dagen, maar gewoon lekker hardlopen, nouja noem het joggen, van mij part snel wandelen, dat is heerlijk op dit moment.

En die trail, dat was genieten. Ik heb op mijn dooie gemak gelopen, geen prestatiedrang, geen druk, alles omhoog zo’n beetje gewandeld, 7 km in pak ‘m beet een uur (hard)gelopen en daarna ben ik doodmoe op de bank geploft om weer bij te komen. Met een prachtervaring in mijn zakken die niemand me meer af kan pakken.

Wat een prachtomgeving. Bovendien is de sfeer tijdens een trail er niet één van dikke tijden neerzetten. Het is ontzettend gemoedelijk, mensen nemen de tijd om onderweg te genieten van het moois wat aan je ogen voorbij komt. Dat stukje natuur daar bij die N70 dat is echt fantastisch mooi. Dat ademt rust, ruimte en ontspanning. Je weet niet wat je overkomt, je moet het hebben meegemaakt. Het was heerlijk. De bospaden, de trapjes, de vergezichten. Ik ben verliefd geworden op het gebied. Ik wist dat het rijk van Nijmegen mooi was, maar zo mooi. Als ik er aan terugdenk ontstaat er weer een glimlach op mijn hoofd.

En dat is precies wat ik mij heb nu heb laten vertellen door de mensen die het weten, doen waar je blij van wordt. Rustig aan, niet de randjes op zoeken, niet de (nog) minimale grenzen overschrijden. En het is enorm zoeken wat daar bij past, maar deze was hierin een goede en een aanrader voor alle hardlopers en natuurliefhebbers. Wat een prachtgebied en wat een leuke loop! Ik weet het zeker. Volgend jaar ben ik er weer bij!