Daar gaan we weer!

Met de KKP in mijn achterhoofd ben ik vol goede moed aan het nieuwe schematraject gestart. Ik heb zo veel geleerd dat ik dacht dat ik nu de wereld echt wel weer alleen aan kon, dat ik geen therapie meer nodig had, en alles wel had gedaan om aan mezelf te werken. Bij de KKP adviseerde ze echter om deeltijd schema te gaan doen en dus greep ik de kans om nog verder te kunnen ontwikkelen.

De eerste weken merk ik dat ik het weer enorm spannend vind. Weer in een nieuwe groep met nieuwe therapeuten. Deze mensen kennen mij nog niet en weten ook niet waar ik vandaan kom. De drempel om te delen en actief mee te doen is ineens weer enorm lijkt het. En als dit gebeurd en ik stil blijf, dan stijgt bij mij de spanning. Dan gaat de straffende kant enorm te keer en voel ik mij slecht. De eerste weken houd dit mijn hoofd gegijzeld. Ik moet het nu toch een keer hebben geleerd? Waarom doe ik dit dan nu niet? Ik weet toch gewoon hoe het moet?

Wat ik wel anders doe, is dat er over deel. Wel op uitnodiging, waar ik dan weer iets van vind, maar ik deel wel. En dat is winst! Ik deel ook over dat ik enorm opgesloten kan raken in mezelf en dat ik dan uit verbinding ga. Dat is me nog niet gebeurd in deze eerste weken. Ook dat is winst! Ik moet er tegen vechten, tegen deze onthechte beschermer zoals het in schema termen heet, maar dat lukt me wel!

Ik besef me na een aantal weken dat ik de eerste weken weer eens vast zit in mijn straffende stuk. Dat ik een zeer duidelijk rigide beeld heb van hoe ik mij moet gedragen. Het maakt me wanhopig om dit weer onder ogen te zien. Ik stel mijn doelen bij. Het is goed zoals ik het doe. Ik ben goed bezig. Het is prima als ik niet reageer, het is allemaal ook spannend. Ik haal het beeld van de kerktoren weer naar boven. Voor mij is delen in de groep hetzelfde als met hoogtevrees op die kerktoren. Dat lijkt het weer wat milder te maken naar mezelf toe. Ik ben goed bezig en het is helemaal prima als ik op uitnodiging deel of als mensen zien dat ik geraakt ben.

Ik besef me ook dat ik een tijd terug (zie eerdere blog) beloofd heb aan mijn kwetsbare kind dat het verdriet van dat kleine meisje er mag zijn. Met schematherapie gaat het veel meer over waar gedrag vandaan komt dan op de KKP en ik dacht dat ik dit een plek had gegeven, maar niets is minder waar. Dat verdriet komt weer flink boven en ik probeerde het weer weg te stoppen. Maar ik realiseer me nu, dat dit niet goed is. Dat verdriet mag er zijn en het heeft nog tijd nodig om dit volledig toe te kunnen laten.

Het verdriet brengt ook angst met zich mee. Toen ik zo depressief was, voelde ik ook 24/7 verdriet. Verdriet wat me opslokte, wat me overspoelde. Als ik dat nu weer voel dan speelt die angst weer op en wil ik het weg maken. Maar ik besef me ook dat die angst ongegrond is. Het was niet het verdriet wat overspoelde wat me depressief maakte, het was het oordeel daarover wat mijn wereld zo in en in zwart kleurde. De stemmen die zeiden dat het allemaal hopeloos was, dat het nu echt nooit meer goed zou komen en dat ik er beter maar niet meer kon zijn. Ik was toen mijn straffendheid. Het was mijn identiteit geworden. Nu ben ik mijn straffende kant niet meer. De straffende kant is er, en ik heb er nog ontzettend last van, maar het is niet meer mijn identiteit. Ik ben gewoon ontzettend bewust onbekwaam. Ik voel het gebeuren, maar kan nog niet handelen in het moment. Heel frustrerend, maar ook gewoon een fase die er bij hoort.

Al met al is het goed dat ik aan dit nieuwe traject ben begonnen. Er is nog genoeg werk aan de winkel en dat hebben de therapeuten bij de KKP gezien.  Ik ben nu enorm dankbaar dat ik in dit nieuw traject terrecht ben gekomen en dat ik mij nog verder mag ontwikkelen. Het is inmiddels een lange weg, het kost veel energie en het is echt heel pittig, maar uiteindelijk is het allemaal voor het goede doel en heel positief voor mijn mentale ontwikkeling.  

Advertisement

Stap voor stap vind ik mijn weg

Inmiddels ben ik al weer een week thuis. Terug van het grote avontuur wat KKP heet. Een hele heftige en intense tijd, maar ook een tijd waarin ik veel mooie stappen heb kunnen zetten. In deze blog een kort verslag van die mooie stappen.

Samenleven met 16 mensen. Samenleven met zoveel mensen vond ik onwijs spannend en de eerste tijd zat ik heel veel alleen op mijn kamer, te dealen met alle heftige emoties die werden getriggerd door het volgen van zo’n intense therapievorm. Ik ging echt niet beneden zitten, al die mensen die zouden me afwijzen, over mij oordelen en wat moesten ze wel niet van mij vinden? Langzaam ben ik steeds vaker naar beneden gegaan, ben ik steeds vaker emoties gaan delen en aan het einde van het therapietraject zocht ik bewust mensen op als ik me even niet fijn voelde. Ik deed het zelf, maar wel samen, en niet langer meer alleen. Eindelijk ben ik gaan snappen wat er wordt bedoeld met het gezegde: “Je moet het zelf doen, maar niet alleen” en “Gedeelde smart is halve smart”. Altijd was er wel iemand die je even aan wilde horen, of juist even voor afleiding wilde zorgen. En dat maakt het allemaal een stuk dragelijker.

Maar het was ook niet alleen maar kommer en kwel die we met elkaar deelden. We hebben onszelf ook heerlijk belachelijk gemaakt, we hebben heel veel gelachen met elkaar, hebben elkaar aangemoedigd, hebben onze trots gedeeld over onze vorderingen, leuke dingen gedaan met elkaar en meer. Het is een groep geworden, waarmee ik me echt heb mogen verbinden en ik ben dan ook onwijs dankbaar voor deze goede ervaring. Mensen zijn van tijd tot tijd best leuk. Heel raar dit.

Naast dat ik mezelf meer zichtbaar heb gemaakt in de groep van mede cliënten heb ik mezelf ook steeds meer laten zien in de sessies. Ik ben vaak stil en durf niet te delen, bang voor afwijzing, bang voor een oordeel, bang dat ik de ander kwets. Voor mij voelt het alsof ik met hoogtevrees op een kerktoren sta. Op het randje. Zonder gezekerd te zijn. Ik kreeg aan de andere kant van groepsgenoten terug dat die stilte mensen juist irriteert. En toen ik van een therapeut terug kreeg dat ik in haar verwaarlooshoekje raakte omdat ik zichtbaar geraakt was, maar ik daar niks over zei, was de maat vol. Nu moest ik ondanks mijn angst maar echt eens gaan delen en zo gebeurde. Ik heb me uit mijn afweer losgebroken. Ik heb zelfs geoefend met het uiten van irritaties. En mensen werden helemaal niet boos, ze vonden het tot mijn verbazing zelfs fijn om van me te horen. En als ik daarbij ook nog eens echt in de ogen van mijn groepsgenoten keek voelde ik me echt verbonden met deze mensen. Experiment geslaagd.

Eén van de grootste beweegredenen om me aan te melden bij de KKP was om te werken aan de grote straffende kant die in mij zit, die me vaak het leven zuur maakt en veel stress en spanning in het contact oplevert. Ik dacht dat ik me hier al heel bewust van was, maar niets leek minder waar. In dit traject heb ik in deze zoektocht nog een schilletje verder gepeld. In alles, maar dan ook alles, in de kleinste dingen was dat oordelende brein weer daar om alles heerlijk te vervormen. Het maakt me wanhopig, maar ik heb ook voor het eerst gevoeld dat ik hierboven kan staan en dat ik het soms kan winnen. Op dat gebied ben ik er nog niet, er naast gaan staan dat lukt me namelijk (nog) niet, maar ik krijg wel steeds meer het vertrouwen dat ik met deze eigenschap kan leren leven en dat het mogelijk is om dat oordelende brein enigszins te beteugelen door er activerende boodschappen tegenover te zetten.

Ook heb ik geëxperimenteerd met beter naar mijn lijf luisteren en beter voor mezelf zorgen. Ik kan fysieke pijn altijd relatief makkelijk uitschakelen, omdat ik het gewoonweg niet durf om mensen tot last te zijn met mijn gezeur. Ik heb al langer klachten aan mijn hand / schouder en ben hiermee naar de huisarts gestapt. Met mijn schouder ging het na een aantal keer fysiotherapie al wel beter (geen klachten in de dagdagelijkse activiteiten), maar mijn tintelende en pijnlijke steken in mijn vingers/hand bleven bestaan. Uiteindelijk hiervoor doorverwezen naar de neuroloog. Van de week is vastgesteld na onderzoek in het ziekenhuis dat er sprake is van een beknelde zenuw in mijn pols, het zogenaamde Carpaal Tunnel Syndroom. Dit was dus zeker geen geval van aanstelleritis. Binnenkort word dit verholpen door een kleine operatieve ingreep, waarbij mijn zenuw weer meer ruimte zal krijgen. Daarnaast heb ik ook geëxperimenteerd met het afbouwen van mijn medicatie, omdat dit spul niet heel erg goed is voor mijn lijf. Dit resulteerde in een verslechtering in stemming, toename van somberheid en daarmee sloot ik me weer helemaal af. Met de psychiater heb ik toen besloten dat dit samen met therapie volgen nog geen goed idee is en dat het betere zelfzorg is om dit op te pakken als ik mijn leven weer wat meer op de rit heb. Dit voelde wel een beetje als falen, maar uiteindelijk is dit het niet. Het is moeilijk om te accepteren en dit als een ziekte te zien, maar die depressie is ook een ziekte en mijn medicatie helpt mij om de symptomen te bestrijden.

Om mij heen hoorde ik vaak dat ik een zekere kracht en/of stevigheid bezit waarin ik mijn angsten aan ga. Ondertussen begin ik dat misschien een beetje te gaan geloven. Ik heb het maar weer mooi gedaan. Ik ben mijn gevoel gevolgd door me bij de KKP aan te melden, ging mijn angsten aan en heb keihard gewerkt. Het was zeker een heftige tijd, waarin ik me vaak heb afgevraagd waar ik aan begonnen was, maar wat heb ik ook ontzettend veel geleerd. En wat ben ik ontzettend dankbaar dat dit op mijn pad is gekomen.

En tot mijn verbazing kreeg ik van mijn therapeuten het advies om mijn steile leercurve voort te zetten en nog even door te pakken door de 2daagse schematherapie te gaan volgen. Dit was verassend omdat ik voor de KKP al een heel schematherapietraject heb gedaan, maar ik ben natuurlijk wel heel blij dat mijn behandelaren zien dat ik nog stappen in mijn zelfontwikkeling kan maken. Dat geeft me het vertrouwen dat ik echt kan veranderen, wat ik lang niet heb gehad. Gedragsverandering is kneiter moeilijk, maar hard werken loont. Inmiddels heb ik het intakegesprek er al op zitten en mag ik op 11 oktober al starten. Op naar nog meer mooi stappen! Ik kan het nu echt geloven. Uiteindelijk komt alles goed

lieve Sandra

Lieve Sandra,

Lang heb je nagedacht over de perfecte paraplubrief voor jou. Iets om de afgelegde reis vast te leggen en iets waaruit je houvast kan putten als het in de toekomst even minder gaat. Je zocht naar iets waar je niet omheen kan. Een ketting, een ring, misschien wel een tatoeage. Je werd geraakt door de brieven van jullie senioren toentertijd. Geraakt door al die mooie symbolen. Maar je mag het natuurlijk ook simpel houden, niet de lat zo hoog. Schrijven is jouw ding en teruglezen doet jou veel meer goed als elk ander voorwerp. In je schrijfsels kun je veel kwijt en dat teruglezen laat je zien welke stappen je hebt gezet en hoe hard je hebt gewerkt.

Je bent van diep gekomen. Weet je nog? Je was in en in overtuigd dat dit nooit meer goed zou komen. Je zat in jezelf opgesloten. De zoveelste keer in de put, lam geslagen, eenzaam, niet de moeite waard om te bestaan, een last voor iedereen. Het leek het beste om er gewoon een einde aan te maken. Je was plannen aan het maken en schreef je afscheidsbrief. Dit hoopje ellende was niet meer te redden. Straffende en veroordelende gedachten hadden bezit van je genomen en drongen zich continu aan je op. Het was alsof je compleet was overgenomen door je donkere gedachten (en als je dit leest, dan vertelt dat oordelende brein vast en zeker dat het helemaal niet zo’n drama was en dat je je aanstelde. Nou, het viel dus niet mee, zo alleen in dat grote donkere zwarte gat).

En weet je? Ondanks alles heeft er ook altijd nog een brokje gezond verstand gezeten wat nog wel wilde vechten. Dit stuk zorgde ervoor dat je hulp zocht, een enorme stap, want je kunt normaalgesproken de wereld wel alleen aan. Het vergde moed om je donkere gedachten uit te spreken, maar je deed het. Met als resultaat dat je werd opgenomen. Je kon niet meer op jezelf vertrouwen, niet meer beloven dat je jezelf niet iets aan zou doen en het sterke stuk was doodsbang dat je aan die zelfmoordneigingen toe zou geven. Je kon je toen niet voorstellen dat het delen van die gedachten het begin was van de weg terug omhoog. Na een tijdje hervond je de kracht om weer naar de oppervlakte te komen, met vallen en opstaan, vechtend en worstelend voor vrede en rust in dat overactieve oordelende brein. Je klampte je vast aan de geadviseerde schematherapie en moest en zou aan jezelf werken, terwijl de depressie nog aan je vrat. Geen enkele keer was je afwezig, lang leve de dwangmatigheid, maar eigenlijk was de ruimte die je had in je hoofd zwaar beperkt. Je psychiater toentertijd noemde het bewonderenswaardig dat je elke keer weer op de therapie verscheen. En nee dat hoef je niet weg te maken. Je deed het.

Daar ben je stappen gaan zetten. Je werd je bewust van je opvoeding en hoe dit niet altijd geheel handig was uitgevoerd. Met emoties omgaan heb je nooit geleerd. Je leerde over de enorme straffende kant, die je het leven nogal moeilijk maakt. Je werd je bewust van een filter in je hoofd die alle goede dingen wegfiltert, waardoor je in alles kritiek hoort. Tegen het einde van het schematraject voelde je hierover een enorme wanhoop en hopeloosheid. Het beheerste alles, maar dan ook alles en het leek niet mogelijk om hiernaast te kunnen gaan staan. Samen met jouw slechte zelfbeeld ontdekte je dat dit het was wat voor jou interactie met andere mensen zo moeilijk maakte. Altijd was er stress en spanning.

En weet je nog? Ook toen heb je niet opgegeven in je zoektocht. Je vond weer een sprankje hoop in de vorm van een webinar, waar je eigenlijk niet durfde in te loggen, maar wat dat sterke stuk in je toch deed. En daar was de KKP en de ervaringsdeskundigen die je weer hoop gaven dat het echt mogelijk is om met een milde blik te kijken naar de eigenschappen die bij ons zo zijn doorgeslagen, dat je ook blij kunt zijn met je leven, dat je op een normale wijze mee kan komen in de maatschappij zonder zoveel stress en spanning. Dat wilde je ook! Na enig twijfelen typte je een mail naar Altrecht. Je kreeg antwoord om even te bellen. Bellen vind je enorm eng, maar je deed het toch, je informeerde naar de KKP. Je voelde aan alles dat je nog niet klaar was voor de grote boze buitenwereld. Je had hier nog hulp bij nodig. Je vroeg aan je toenmalige therapeut wat zij hier van vond en of ze je door wilde sturen. Zij stond er totaal niet achter en weigerde een doorverwijzing te doen vanwege je afhankelijke trekken. Je moest dat straffende stuk maar aan de kant zetten en je gezond volwassene gewoon maar eens aan het werk zetten.

En weet je nog wat je toen deed? Voor het eerst volgde je je intuïtie en je gevoel en ging je in tegen haar oordeel. Je had dat per slot van rekening van haar geleerd. Via de huisarts regelde je toch een verwijsbrief. Een verwijsbrief waar ook een schrijven bij zat van de oude therapie waar letterlijk in stond dat zij dit traject contra-indicatief vond. Je werd uitgenodigd voor een intakegesprek. Wat een hel was dat zeg! De angst gierde door je aderen, maar je deed het! Verbouwereerd was je toen ze je zeiden dat je lef had om dit zo aan te gaan en dat je daadwerkelijk mocht gaan starten aan deze reis. Dus lieve meid, je mag trots zijn op jezelf dat je deze stap gezet hebt. Iedereen zegt het tegen je. Laat het nu maar gewoon eens lekker binnenkomen. Weg met dat negatieve filter.

Bij de KKP volgde een tijd van emoties die alle kanten opvlogen, heel veel tranen, diep verdriet, somberheid, zelfhaat, twijfels over alles en angsten die enorm opspeelden. Patronen veranderen kost een enorme bak energie en doorzettingsvermogen. Ook dat ging je weer aan. Een dappere stap in de goede richting. Weet je nog? De eerste tijd bracht je door op je kamer, bang voor de mensen die vast een oordeel over je zouden hebben en die je zouden afwijzen. Door niet beneden te zijn kon men dat niet doen. De makkelijke weg. Dit was echter de plek om te oefenen en dus maakte je ondanks je angsten steeds meer contact. Voor het eerst begon je te snappen wat er werd bedoelt met de zin. “Je moet het zelf doen, maar niet alleen”. Je ervaarde dat emoties delen en verbinding hebben fijn is. Dat het niet eng is om mensen in de ogen aan te kijken. Dat ze je echt niet op aten. Je voelde jezelf nog zeker vaak een buitenstaander, maar ook dit is het oordelend brein wat dit influisterde. En daar moest het nu maar eens klaar mee zijn. Je hebt ook ervaren om er wel in een groep bij te horen. Ook hier vond je de moed om het aan te gaan. Het was een zwaar en intens gevecht, maar je deed het en dat getuigt van kracht.

En weet je nog? Je kon het zelf nog moeilijk zien, maar heel langzaam kon je af en toe winnen van dat straffende stuk, Kon de sympathie van mensen die je zagen struggelen binnenkomen. Je deed het allemaal maar wel. Je gedrevenheid is niet alleen maar slecht en niet alleen de oorzaak dat je structureel over je grenzen gaat. Het heeft er ook voor gezorgd dat je nu hier staat. Klaargestoomd voor het volgende hoofdstuk.

Klaar voor de toekomst. Het grote onbekende tegemoet. Het gaat gepaard met angst voor wat er komen gaat, angst voor emoties, angst om de boze buitenwereld weer te betreden, angst of het nu wel gaat lukken, angst voor de diepe put die je zomaar weer op kan slokken. Maar in de afgelopen jaren heb jij wel bewezen dat je in staat bent om je angsten aan te gaan. Dus je kunt dit lieve Sandra. Je pakt het nu anders aan. Eerder keren heb je je kop in het zand gestopt, gevoel weggestopt, ben je keihard weggerend en heb je de confrontatie vermeden. Dit keer is het anders, heb je je troubles bij de kern aangepakt en ben je echt op zoek gegaan naar wie je bent en heb je haar daadwerkelijk gevonden. Je hebt dat kleine lieve kind vol emotie wat in je grote teen werd weggestopt weer toegelaten. Je ziet haar, je hoort haar en voelt haar pijn. Je stopt haar emoties niet weg en laat haar haar kwetsbaarheid tonen. Kwetsbaarheid is iets moois. Gevoeligheid is een kracht. En je voelt nu de kracht om dit te omarmen.

Hiermee laat je de meest donkere periode in je leven achter je en de meest zware en intensieve reis die je tot nu toch hebt meegemaakt. En je bent er nog niet, er zijn nog genoeg stappen te zetten voor je je oude leventje weer terug hebt, maar je bent op de goede weg. Je bent onzeker en hoort dat oordelende brein roepen, maar dat geeft niet, want jij hebt de kracht om er weer wat moois van te maken. Heb vertrouwen en houd vol. Dat kun jij! En als het even tegenzit lees dan deze brief en lees hoe hard jij hebt gewerkt, wat voor mooie stappen je hebt mogen zetten en waartoe je in staat bent geweest. Je hebt een enorme kracht in je en daar mag je op vertrouwen. Je mag er zijn. Het is nu tijd om de teugels van jouw leven weer in handen te nemen.

Kleine overwinningen

Constant geconfronteerd worden met jezelf, de emoties die hoog oplopen en alle kanten opvliegen, de spanning die uit de bocht vliegt. Elke week is weer heftiger als de vorige. Mijn oordelend brein doet het echt fantastisch. Keer op keer gaat het aan, filtert mijn ervaringen met een zwarte bril en stimuleert vooral mijn negatieve zelfbeeld. Ik ben hier echt een kei in geworden. En ik ben me het steeds vaker bewust. Het zit in alle kleine dingen. Afgelopen week voelde ik eindelijk dat ik er soms ook boven kan staan. De afgelopen jaren is mij vaak vertelt dat ik naast dit stuk moet kunnen gaan staan. Leuk dat je er bent, maar ik luister niet naar je. Dat lukt me (nog) niet, maar er komen momenten, kleine momenten, dat ik er even boven kan gaan staan. En dat geeft me hoop.

Ik neem jullie mee naar de themasessie van de week:

Het is vrijdag en bijna half 10. Ik loop eerst nog even naar mijn kamer om mijn schrijfspullen op te halen en loop vervolgens naar boven. We pakken allemaal een stoel en maken een kring. De therapeut vraagt of er nog dingen zijn voor we beginnen. Een aantal mensen willen nog wat dingen benoemen en dan starten we aan de daadwerkelijke opdracht. Verrassing! Het wordt niet het thema wat we met de clienten onderling democratisch hebben besloten. De therapeuten hebben iets anders voor ons bedacht. Vandaag gaan we het hebben over boosheid / irritatie uiten. Oh my, als er iets is wat ik eng vind dan is het dit wel. Ik voel mezelf warm worden en mijn hart bonkt in mijn oren. Boos ben ik alleen op mezelf, niet op een ander. Voor mij staat dat gelijk aan ruzie, onenigheid, oorlog en zo nog meer. We vormen een binnen en buitenkring. Ik ben onrustig. Alles in mij voelt een enorme weerstand. De binnenkring moet irritaties uiten op de buitenkring. En ik sta dus als eerst in de binnenkring! Ik giegel zenuwachtig. Dit is zo niet fijn! Nou vooruit dan maar. Ik vind het soms best wel een beetje irritant….Sandra, niet zo er omheen draaien, zeg het nu gewoon maar….ok….Ik vind het irritant dat je soms niet zoveel zegt tijdens de sessie. Ik zeg het en tegelijkertijd denk ik: ” Kun je leuk zeggen, maar jij maakt je daar ook schuldig aan. Hij heeft vast een goede reden om het niet te doen.” Ik durf mijn groepsgenoot niet in de ogen aan te kijken. Toch probeer ik dit en de groepsgenoot geeft aan dat hij het gehoord heeft. Hij is niet verdrieting, hij is niet weggerend, hij is niet boos. Huh?! Hij aanvaard de irritatie en we lopen beide naar ons schrift om de bevindingen en beleving van gevoelens op te schrijven. Als ik in de buitencirkel sta om irritaties te ontvangen gaat dat oordelende brein van mij weer lekker aan. Als ik kritiek krijg dat fakkel ik mezelf er genadeloos mee af. De samenvatting is dat ik niet deel en vaak stil blijf. In feite is dat erger als wel delen, maar er naast zitten. Iedereen zegt dat tegen me en toch lukt het vaak niet. Ik ben niet goed genoeg. Ik ben een sukkel. Ik kan ook niks. Niet zo gek dat ze jou afwijzen. Verdriet maakt zich mij meester. Ik leer het ook nooit. Zie je wel. Daar gaan we weer. Maar ook is er een ander stuk actief. Sandra, je bent dit aan het doen. Je deelt irritaties, terwijl je dit ontzettend eng vind. In mijn hoofd droom ik nog even terug naar van de week. Een therapeut die afscheid van ons nam, omdat ze ons niet meer gaat zien, becomplimenteerd mij over de kracht waarmee ik mijn angsten aan ga. En dat hoor ik vaker. Dus je kunt dit gewoon, Sandra! Kom op! Kijk, je groepsgenoten zijn nog niet weggelopen. Ze zijn niet boos, ze zijn niet verdrietig, ze zijn niet gekwetst over wat jij hebt gezegd. Het is gewoon goed zo. Als we allemaal iedereen hebben gehad gaan we nabespreken. Ik vertel wat er in mijn hoofd gebeurde. De therapeut geeft me een compliment over het feit dat ik iets positiefs tegenover mijn straffende kant kan zetten. Dat is echt heel moeilijk. Ik beaam dat het niet gemakkelijk is en daarmee ben ik stiekem best een beetje trots op mezelf. Zou het dan eindelijk toch een beetje gaan lukken? Een beetje blij zijn met mezelf. Het zijn nog maar kleine momenten en het blijft een gevecht om het voor elkaar te krijgen, maar dit geeft mij wel de hoop dat het ook anders kan.

tussen mij en de ander, heb ik de teugels in handen en blijf OK

Zaterdagochtend. Ik zit aan de eettafel en denk terug aan de afgelopen twee maanden. Gemengde gevoelens dringen zich aan me op. Er rolt een traan over mijn wang, maar tegelijkertijd voel ik vertrouwen en ben ik blij met mijn intensieve reis waar ik nu twee maanden geleden aan begon. Na het afronden van mijn schematherapie traject was ik nog niet klaar. Ik was gestart met het ontrafelen van mijn binnenwereld, werd me van heel veel bewust en zette echt wel stappen, maar mijn straffende kant en slechte zelfbeeld kwam ik nog altijd veel tegen. Vooral in het contact naar anderen, waar ik mijn hele leven al spanning en stress in ervaar. De keren dat ik echt mezelf kan zijn in bijzijn van anderen zijn op één hand te tellen. Ik hoorde op een webinar van het bestaan van een therapie speciaal voor mensen met een cluster C persoonlijkheidsstoornis en werd enthousiast van de verhalen van ervaringsdeskundigen. Ik besprak het met mijn oude therapeut. Zij stond er niet achter vanwege mijn afhankelijke trekken. Toch trok ik de stoute schoenen aan en volgde mijn gevoel.

Twee maanden terug startte mijn AFT-KKP avontuur in Zeist. Op de eerste dag stond ik met lood in mijn schoenen op het station op mijn trein te wachten. Niet wetende hoe ik dit zou gaan beleven. De angst golfde door mijn aderen. De KKP is een klinische behandeling en dus zou ik de komende vier maanden voor 4 dagen in de week samen leven en wonen met 17 anderen “soortgenoten”. Mensen die ik niet kende. Mensen die me vast en zeker allemaal op zouden gaan eten. Maar toen ik het terrein van de instelling op liep voelde ik ook vastberadenheid om weer de confrontatie met mezelf aan te gaan en te groeien.

Halverwege sta ik nu. Ik heb mijn juniorenperiode achter de rug. Het was een rollercoaster. Een tijd van emoties die alle kanten op vliegen, tranen en diep verdriet, zelfhaat, twijfels over alles, angst, maar ook ben ik onderdeel geworden van een groep mensen waar ik me mee verbonden ben gaan voelen en waarmee ik mooie stappen heb mogen zetten. Je moet het zelf doen, maar niet alleen. De betekenis van deze zin is nu echt tot me door gedrongen.

De eerste weken had ik het idee dat ik elk moment weg kon worden gestuurd. Het advies van mijn oude therapeut voelde ik zwaar op mijn schouder. Als ze me hier zouden leren kennen dan sturen ze me vast weer weg. Dit overschaduwde het trotste gevoel dat ik mijn gevoel eindelijk hierin heb gevolgd en het gevoel dat ik daar echt op mijn plek zat. Mijn nieuwe therapeut verzekerde me er van dat dit niet ging gebeuren en vanaf dat moment kon ik er vol voor gaan. Ik ging mijn angsten aan. De eerste weken bivakkeerde ik alleen op mijn kamer, huilde ik mezelf vaak in slaap vanwege de emotioneel diep beladen therapiesessies en de moeite die ik moest doen om me staande te houden in de groep. Langzaam kwam ik vaker beneden, deelde ik over mijn gevoelens en werd ik deel van de groep. Het was niet alleen kommer en kwel. Er werd ook veel gelachen en samen namen we onszelf en ons gedrag heerlijk op de hak. Daardoor konden we relativeren en werd het allemaal een stukje minder zwaar. Het ene moment had de één het moeilijk, de volgende keer een ander. Binnen de groep was er altijd wel iemand waar je even bij terecht kon om je emoties te delen. Samen deden we ook leuke dingen. Samen film kijken, puzzelen, chillen, naar de bios, naar de squashbaan, spelletjes spelen en vooral heel veel praten. Ik voelde verbinding met al deze lieve mensen en voelde me steeds meer gelijkwaardig. In de groep leerde ik dat je best van mening kan verschillen en dat dit de verbinding niet kapot maakt. Integendeel, een eigen mening wordt vaak juist gewaardeerd.

In de therapie krijg je een motto. Die moet je opzeggen op het moment dat je tijdens een sessie wat wil zeggen. In je motto zitten je behandeldoelen verwerkt. In het begin voelde het raar, maar langzaam zag ik in dat het helpt om beter bij je doel te kunnen blijven. Mijn motto is: “Tussen mij en de ander, heb ik de teugels in handen, en blijf OK”. In eerste instantie moest ik er aan wennen en zoeken naar de betekenis, maar langzaam is het geland . Ik pas me aan aan de ander, doe wat de ander wenst en ga op in de emoties van de ander. Ik raak mezelf daar in kwijt. Ik functioneer altijd op 200%, om maar te voldoen aan de verwachtingen. Maar ik mag mezelf zijn en ook als ik de teugels laat vieren dan blijf ik nog OK en mag ik er zijn.

De afgelopen tijd ben ik weer veelvuldig tegen mijn straffende kant opgelopen. Ik wil hier echt graag van af, want ik boor mezelf altijd de grond in en nooit is iets goed. Ik merk het in de kleinste dingen en word me er steeds meer bewuster van. Het saboteert ook mijn therapie. Als ik niks weet te zeggen, voel ik deze straffende gedachten me steeds meer overnemen, waardoor ik uiteindelijk blokkeer en uit verbinding ga. Mensen en ook mijn therapeut weten dan niet wat ze moeten doen om me te helpen. Moeten ze me er weer bijhalen, moet ik het zelf doen en leren, gooien ze niet extra brandstof op mijn zelfkritiek? Niet handig, maar afgelopen week denk ik daar toch een klein stapje in gezet te hebben. Ik heb meer gedeeld, waardoor ik werd gezien. Ook toen kwam de straffende kant opzetten, maar ik bleef veel meer in verbinding. We maakten er een grapje om en ik voelde me veel meer gezien.

Ik ben gevoelig en ga vrij snel huilen. Ik ontdekte dat huilen niet alleen komt door verdriet. Je kunt ook huilen bij alle anderen emoties. Bij mij komen alle emoties er als huilen uit. Het onderscheid tussen de verschillende emoties kan ik niet goed maken. Dit is nog iets om de komende tijd te onderzoeken. Huilen vind ik gênant en van zwakte getuigen. Ook dan komen de straffende gedachten weer op. In de afgelopen periode heb ik ontdekt dat mensen mijn gevoeligheid als iets positiefs zien en ik krijg er zelfs complimenten voor. Een bijzondere gewaarwording.

En daarmee sluit ik mijn juniorenperiode af. Een leerzame reis met hele lieve en fijne mensen. De komende twee maanden ga ik als senior verder en komt er een nieuwe lichting junioren in de groep. Dat betekent dat de groep weer gaat wijzigen. De groep waar ik net mijn plekje in heb gevonden. Daarnaast krijg je als senior wat meer taken en ben je het voorbeeld voor de junioren. Ik vind het moeilijk dat we weer een nieuwe groep moeten gaan vormen en de mensen die ik nu heb leren kennen te moeten gaan missen, maar aan de andere kant betekent dit ook meer oefenen met nieuw gedrag, voordat we weer de wijde wereld invliegen. Ik ben echt enorm dankbaar dat dit op mijn pad is gekomen, dat ik deze kans krijg en ik ga vol goede moed en meer vertrouwen mijn seniorenperiode in.

Een nieuw avontuur

Als ik naar buiten kijk schijnt de zon. Ik voel de warmte op mijn schouders. De zomer is weer in aantocht. De zon schijnt ook weer in mijn leven. Met de wetenschap dat dit niet vanzelfsprekend is, maakt dit het allemaal net nog een stukje beter, warmer en fijner. Maar ik ben nog niet klaar met het werken aan mezelf. Binnenkort ga ik op een nieuw avontuur wat alles nog een stapje beter moet gaan maken.

Ik neem jullie mee in de wondere wereld van mijn hoofd. Het is maandag, twee dagen voordat mijn paardrijles is. Gedachten schieten door mijn hoofd. Op wie zouden ze me indelen? Zouden de paarden buiten staan? Weet ik nog wel waar alle paarden staan? En wat als ik mijn paard niet uit de paddock krijg? Krijg ik mijn zadel er wel goed op en straks doe ik het hoofdstel weer verkeerd in. En zouden we binnen of buiten rijden? Binnen is kleiner en dan ga ik weer niet durven als we met zijn alle op een kluitje rijden. Met zijn hoevelen zouden we zijn? Wat zouden mensen wel niet denken van mijn gestuntel weer? En nu moet ik toch eens een goede houding gaan hebben. Inmiddels zou dat toch wel moeten. Ik bak er nog geen snars van. Tijdens het opzadelen: Ok, volgens mij zit alles goed. Op tijd. Mmmmm ik sta vooraan, zou ik al de les in mogen lopen. Ik kijk voorzichtig om de hoek. Ok. Een seintje gelukkig we kunnen gaan. Ik singel aan, check mijn stijgbeugels. Zou ik ze nu eindelijk eens op de juiste lengte ingesteld hebben. Oh, ik ben zo’n handige harry, ik zou dat nu toch moeten kunnen. De instructrice helpt me op mijn paard. Stijgbeugels zijn denk ik iets te lang. Damn, ik kan het ook echt niet hae! Zo moeilijk is het toch niet. Ze trekt de singel nog eens aan. Ook dat heb ik weer niet fatsoenlijk gedaan, maar goed we gaan. Even fijn stappen. Voelen hoe het vandaag voelt. Het is toch wel heel tof op zo’n paardenrug. Blij dat ik deze stap heb genomen. Je moet hier toch wel echt even van genieten. Je moet helemaal niks Sandra. Oja, dat is waar. Dit is genieten. Ohnee, de instructrice kijkt naar mij. Hakken laag, rug niet zo hol, ademen. Fuck, ik doe het nog steeds niet goed. Wordt dit ooit wat? Ik rij verder. Raak steeds verder in mijn bubbel met mijn paard. Ben lekker oefeningen aan het doen. Elke keer als ik langs de instructrice rijd voel ik spanning. Doe ik het allemaal wel goed. Niet aanstellen Sandra, ze bijt niet, ze is er om je te helpen. Dit is een training, bedoelt om dingen te leren. Doe je eigen ding! Maar die spanning is irritant. Niet doen Sandra, die spanning voelt het paard ook. Ok, en door. Ohnee, met zijn allen op een kluitje waar moet ik heen. Als ik maar niet bots. Stuur, stuur, crisis bezworen. Hallo paard, ik geef been. Doe ik misschien iets fout dat je niet reageert? Je mag strenger zijn Sandra, hoor ik vanaf de andere kant van de bak. Ok, niet mijn fout, het paard is gewoon wat eigenwijs. Waarom ben je dan ook niet strenger Sandra? Je weet toch dat je de eerste 10 minuten streng moet zijn, anders loopt het dier met je weg. Net zoals iedereen altijd doet. Braaf mee gaan met iedereen en vooral niet laten weten wat jij wil. Het is niet anders als altijd. Zou ik het ooit kunnen leren? Ik ben een angsthaas en niet capabel genoeg. Ok, genoeg gedachten nu gaan we weer lekker rijden. Ik rijd hier lekkerrrrrr. Kom paard. Yes, galopperen! Ow, wat is hij heerlijk enthousiast. Niet zo hard Sandra! Ow damn, het was dus toch niet goed, maar het voelde wel heel lekker, jammer. Na een uur stap ik af. Er is nog veel om aan te werken, maar het is echt wel een leuke nieuwe hobby. Beginner zijn maakt ook dat ik nog niet heel veel van mezelf vraag. Na afloop vraagt een groepsgenootje of ik wat wil komen drinken. Dat vind ik altijd heel spannend, want wat vinden ze dan wel niet van mij. Vandaag heb ik goede zin en dus zeg ik wel ja. Gewoon even sociaal doen Sandra! Ik bestel een colaatje en er wordt wat gepraat. Ik luister aandachtig. Weet uiteraard weer niet wat ik moet zeggen. Ik voel me een buitje beentje. Ben stil. Als ik wat zeg krijg ik gelijk de aandacht. Ik stotter en vertel wat ik wil zeggen. Mijn hart zit in mijn keel en het zweet breekt me uit. Goed, maar ik heb wat gezegd. Het zijn fijne mensen om me heen en er is helemaal niks waarvoor ik me zenuwachtig zou moeten voelen. Ze vragen me notabene of ik wat wil drinken. Doe nou toch eens normaal. Ik stap op mijn fiets en rij naar huis. Onderweg voel ik tranen. Waarom maak ik het mezelf zo ontzettend moeilijk. Het is zo’n fijne nieuwe hobby. Ik ben dol op deze dieren. Eindelijk heb ik de stap gezet en ik zou nu toch juist enorm moeten genieten. Ik zal het wel nooit leren.

En dat is dan alleen mijn paardrijden. Een hobby waarin ik nog helemaal niet veel vraag aan mezelf omdat ik nog kan schuilen achter het beginner zijn. Maar ik leg de lat voor mezelf toch al hoog. En dat doe ik me alles. Ben constant aan mezelf aan het twijfelen. Constant een oordeel over mezelf aan het vellen. Ik weet nu dat al die overtuigingen in mijn hoofd en de gedachten die in mij omgaan helemaal niet nodig zijn. Maar ze zijn er wel. En ze veroorzaken stress en spanning en dat is een belasting voor mijn lijf. En dat is gewoonweg niet gezond. Hoe moet dat als ik dadelijk weer ga werken? Als er meer druk en verantwoordelijkheden gaan komen?

En dat is de reden waarom ik weer op avontuur ga! In december heb ik een webinar gezien met daarin ervaringsdeskundigen die tegen dezelfde problematiek aan lopen als ik zelf. Een feest van herkenning, maar ook ongeloof, want wat spraken die mensen vol zelfvertrouwen over hen zelf. Ze waren gewoon echt blij met henzelf en met de eigenschappen die bij de problematiek hoort. Ik ontdekte dat zij naast de schematherapie ook nog een andere traject hadden gevolg. Ik ben gaan googelen en ben er ingedoken. Dat klonk wel heel erg passend voor mij! Maar actie ondernemen dat durfde ik nog niet. Uiteindelijk heb ik het erover gehad met een aantal mensen en zij gaven mij de moed om me aan te melden. Eigenlijk niks voor mij. Opkomen voor mijn behoeftes. Niet veel later heb ik een aantal gesprekken en een psychologisch onderzoek gehad. En dan begint het wachten en dan begint de twijfel weer toe te slaan. Tijdens de gesprekken laten de therapeuten weten dat het traject heel goed lijkt te passen en dat ze me op de wachtlijst zetten voor mei. Dit is echter nog niet het definitieve besluit. En als het nog niet helemaal definitief is dan heerst er bij mij nog altijd de angst dat ze me alsnog afwijzen. Dan ben ik niet te genieten, schiet het de hele dag door mijn hoofd, kan ik aan niks anders denken. Uiteindelijk kwam deze week het bericht dat ik eind mei definitief mag beginnen. Er viel een last van mijn schouders. Ik krijg weer een kans om aan mezelf te werken. Ik ben dan voor 4 maanden lang doordeweeks daar en in het weekend thuis. Ik moet daar met 18 anderen samen leven, dat is ook onderdeel van de therapie. En dat is doodeng. 18 onbekende mensen! dat zijn veel mensen! Gelukkig heb je wel je eigen kamer waar je je kan terugtrekken.

Het is meer dan spannend, maar ik heb een enorme motivatie om het aan te gaan. Ik ben klaar met dit gedoe van mij. Ik wil niet meer altijd in spanning zitten! Ik heb een super leven en ik wil daar volop van kunnen genieten. En ik denk dat ik nu ook de ruimte in mijn hoofd heb om het echt aan te gaan. Ik ga er voor!

Zonnestralen door het wolkendek

Het einde van het jaar nadert. Ik staar naar buiten waar het grauw en grijs is. De kleuren die de start van 2021 zo kenmerken. Niet meer de zwarte wereld van het jaar daarvoor, maar prettig was het nog niet. Gedurende het jaar kwamen er steeds meer zonnestralen door het wolkendek. Het was het jaar waarin ik echt weer stapjes voorwaarts mocht maken.

2021 was het jaar waarin ik ontslagen werd omdat ik te lang ziek was geweest. Daar ging mijn droombaan bij Rijkswaterstaat. Ik baal er nog steeds enorm van. Mijn werk was belangrijk voor mij. Je besteed er toch het merendeel van je tijd aan. Ik mocht werken aan de grote infrastructuur van Nederland, iets waar mijn civieltechnische hart sneller van gaat slaan. En bovendien wilde ik ontzettend graag weer wat gaan doen om een bijdrage te doen aan de maatschappij, om weer nuttig te zijn. Ik krijg nu een uitkering en ben tijdelijk arbeidsongeschikt verklaard. Dat hakt er toch behoorlijk in. Aan de andere kant gaf het me ook wel rust om geen werk te hebben om terug te moeten keren, maar hoofdzakelijk was het toch vooral K. Mijn fijne plek is weg en ik moet straks weer op zoek naar een passende baan. Momenteel heb ik nog geen idee wat en waar dat dan moet zijn. Werk is niet alles, maar toch. Het is wel een prettig idee dat ik het niet alleen hoef te doen. RWS is mij wettelijk verplicht aan een nieuwe passende baan te helpen.

Maar genoeg met alle kommer en kwel…… gedurende het jaar kwamen er steeds meer zonnestralen door het het wolkendek heen.

Het hele jaar ben ik in therapie geweest en heb ik keihard aan mezelf gewerkt. Ik heb zowel de 1e als de 2e fase van de schematherapie afgerond en ben gestart in de stepdown groep. Daarnaast ben ik begonnen met medicatie die er voor zorgt dat ik uit de emotionele rollercoaster kan stappen, zo’n opluchting! Eerst was het nog even spannend of mijn lichaam (lees nieren) het aan kon, maar gelukkig blijft dat tot dus ver allemaal stabiel. Ik begin nu stiekem in te zien dat ik anders tegen zaken aan ben gaan kijken dan voorheen. Dat ik verandert ben. Dat ik meer bij mezelf blijf en af en toe zelfs voor mezelf op kom. Ik heb geleerd om contact te maken met mensen, geleerd dat het fijn is om gevoelens te delen en dat het OK is dat mooie en minder mooie dingen naast elkaar bestaan. Aan de therapietijd heb ik zelfs nog een vriendin overgehouden. Daar ben ik enorm dankbaar voor.

Omdat ik bij Rijkswaterstaat ontslagen was en weer wat wilde gaan doen ben ik op zoek gegaan naar vrijwilligerswerk. Het leek wel of er alleen vrijwilligers werden gezocht in de zorg en dat is dus echt geen plaats voor mij. Sociale activiteiten kosten mij bakken met energie en bovendien moet het mijn omgeving altijd goed gaan. En toen kwam één van mijn therapeuten met een top idee, namelijk de bibliotheek. Zo gezegd, zo gedaan. Op dit moment werk ik 3 uurtjes in de week als vrijwilliger in de bibliotheek. Daarnaast is mijn oude liefde voor boeken en lezen ook weer ontwaakt. Het vraagt veel energie, soms levert het me frustratie op, maar het levert ook een mooie oefenplek om met mijn gedrag te experimenteren.

Een hoogtepunt van dit jaar was ook dat ik het contact met mijn ouders weer heb opgepakt. Ik had ze sinds mijn tochtje naar de crisisdienst niet meer gesproken. Ik kon het niet. In mijn ogen was ik altijd het gezonde kind en nu kon ik dat niet meer zijn. Ik had in mijn ogen keihard gefaald. Het lukte me niet meer om het masker hoog te houden. Bas heeft wel altijd contact met ze gehouden, maar dit was uiteindelijk natuurlijk geen houdbare situatie. Na het onderwerp veelvuldig op de groep te hebben besproken heb ik met de systeemtherapeut erbij een afspraak gemaakt met mijn ouders. Ik heb voor het eerst uitgelegd hoe ik mijn jeugd heb ervaren, hoe ik tegen bepaalde zaken aankeek, hoe ik er tijdens mijn therapie achter kwam dat bepaalde dingen tijdens mijn opvoeding bepaald gedrag hebben getriggerd. Oftewel, ik heb me voor het eerst echt kwetsbaar opgesteld. Dit was raar en ontzettend spannend en het maakte een enorm arsenaal aan emoties los, maar mijn ouders willen me nog steeds zien, houden nog steeds van mij. Ik mag zijn zoals ik ben. Als ik dit schrijf wellen er weer een paar tranen op. Ik ben blij dat ik deze stap weer heb kunnen zetten. Afgelopen kerst zijn we weer als vanouds op visite geweest. Hebben we heerlijk gegeten en het fijn gehad met elkaar.

Door de coronacrisis was het niet altijd mogelijk mijn hobbies te beoefenen, maar in de tijden dat het mocht heb ik het dit jaar grotendeels weer opgepakt. Ik heb het idee opgevat om te trainen voor mijn 2e dan (2e zwarte band) met judo. Ik vind het fijn om een doel te hebben. Ik heb kennis gemaakt met de kata. Een traditionele demo waarin worpen en technieken op een specifieke manier en specifieke volgorde moeten worden uitgevoerd, waarin alles perfect moet zijn. Dat valt tegen, maar het is zeker erg leuk om de technieken te perfectioneren. Daarbij krijg ik veel meer begrip van de technieken. Een technische judoka ben ik nooit geweest. Ik ben opgegroeid als wedstrijdjudoka. Het is zaak om de tegenstander op de mat te knallen. Lekker lomp en met veel kracht. Techniek was niet aan mij besteed.

Daarnaast ben ik ook met een nieuwe hobby begonnen. Ik heb een droom van mijn kleine meisje in vervulling laten gaan. Ik heb de manege opgezocht en ben begonnen met paardrijden. En daar ben ik blij mee. Ik vind het heerlijk om met deze grote knuffels van pak hem beet 500 kilo om te gaan. Het rijden is heerlijk, maar het poetsen (en knuffelen) tovert ook een glimlach op mijn gezicht. Dit jaar heb ik ook al mijn eerste buitenrit gemaakt. Eerst natuurlijk heel spannend, maar hoe fijn is het om de bossen in te trekken op de rug van een paard. Ik maakte onderstaande selfie en werd heel blij van het feit dat ik weer zo lekker blij kan kijken 🙂

Al met al kan ik weer genieten van de activiteiten die ik onderneem. En dat is een groot goed na de afgelopen paar jaar en daar ben ik uiteraard heel blij mee. Ik heb nog steeds wel last van sombere perioden, laat me opslokken door mijn emoties, maar die perioden worden weer afgewisseld met perioden waarin ik me prima voel. Volgens mijn psychiater ben ik op de goede weg. Het is goed om nu te ervaren dat je van crisis naar crisis gaat. Niet fijn, maar daartussen kan je weer genieten en dat is heel wat waard.

Dit jaar stond in het teken van opkrabbelen. Het was niet makkelijk, het is vaak nog niet makkelijk en het duurt allemaal ontzettend lang. Maar stiekem krijg ik weer het vertrouwen dat het allemaal goed komt. Komend jaar ga ik op dezelfde voet doorzetten. En ik hoop dat ergens het moment komt dat ik het werk weer op kan pakken en dat alles weer een beetje normaal wordt.

Lieve, kleine Sandra

Deze blog is voor mijn lieve, kleine Sandra. Afgelopen jaren heb ik veel inzichten gehad. Inzichten in mijn gedrag, inzichten in mijn hele zijn. Ik heb geleerd hoe mijn hele leven en vooral mijn jeugd invloed heeft gehad op mijn patroon van “depressieve perioden” en vooral op de laatste. Die dieper dan ooit was en die waaraan ik nu keihard werk, maar die nog niet is verdwenen. We zijn op de goede weg, maar het vergt nog enig geduld. Het heeft zo moeten zijn, om mogelijk te maken wat er nu gebeurd.

Voor de kleine Sandra waren gevoelens vervelende dingen, dingen die niet bestonden, dingen die ik het best in mijn grote teen kon stoppen. Die gevoelige kant identificeer ik nu als mijn kleine Sandra, mijn kwetsbare kind. Die emoties zijn nooit weggegaan, ze zaten daar tientallen jaren, veilig weggestopt. Van buiten wilde ik een stoere meid zijn, een vrouw die actief en sterk in het leven staat. Altijd bezig en altijd onderweg. De kleine Sandra laten zien was voor mij een groot taboe.

Die kleine Sandra, die was er echter wel, altijd, bij tijd en wijle probeerde ze boven te komen. Ze maakte me het leven moeilijk. Liet mij me slecht, labiel en emotioneel voelen. In cycli kwam dat kleine kind boven. Probeerde het me mee te trekken in een emotionele rollercoaster. Maar elke keer vocht ik zo hard dat jij weer in mijn grote teen verdween en ik weer verder kon met mijn stoere leven. Mijn baan als vrouwelijke civiel ingenieur, mijn bijbaan als soldaat bij de FKNR, organisatie dingen bij mijn verenigingen, het lopen van marathons en de herontdekte judosport. Van buiten en ook voor mij leek het alsof alles me aan kwam waaien.

Een tijd lang was druk doen mijn handelskenmerk. Ik moet ook bekennen dat ik genoot van de opmerkingen hoe ik het toch allemaal voor elkaar kreeg. Voeding voor mijn stoere ik en motivatie om door te gaan. Plannen dat kon ik wel, daarmee kon ik mijn dag heel goed barstensvol plannen en alles doen waarvan ik dacht dat ik het moest doen.

Diep van binnen wist ik dat ik vaak te veel aan het doen was. Ik voelde me steeds slechter, ik werd steeds moeier. Maar ik negeerde alles des te harder. Niet zo zeuren. Je hebt een super leven, wees eens niet zo ondankbaar. Het was gewoon weer zo’n cyclus, die ging met een beetje vechten ook wel weer weg.

En toen was er het moment dat ik jou, mijn lieve, kleine Sandra niet meer kon ontkennen. Ik was in en in moe. Kon niks meer aan. De wereld ging in een ander tempo aan mij voorbij. Het enige wat ik nog kon was slapen en huilen. Een schuldgevoel maakte zich van mij meester. Ik had het verpest. Jij, nam het over, lieve kleine Sandra. Emoties kwamen boven die zo hevig waren dat ik er diep in verzonken raakte. De wereld ging op zwart. Zo donkerzwart dat ik lang dacht dat ik er nooit meer uit zou komen. Dat er geen weg terug meer was en dat ik er beter een punt achter kon zetten. Deze put zou ik niet meer uitkomen. Nu was het gedaan, en kon ik zelf niet meer de weg naar boven vinden. Wat een waardeloos mens was ik geworden. En er volgde nog veel meer straffende en veeleisende boodschappen. Ik voelde me steeds verder wegzakken in mijn depressie.

Gelukkig heb ik mezelf op een moment gedwongen om mijn gedachten bij een psycholoog neer te leggen. Ik werd gewoon bang van mezelf. Zij zei mij dat ik hier meer hulp mee nodig had. De crisisdienst volgende, twee maal een opname op een gesloten afdeling, omdat ik de controle over mezelf behoorlijk kwijt raakte en zo moe was dat ik niet meer wilde leven. Nog meer hulp aan huis. Wat was ik een emotioneel wrak. En uiteindelijk de therapie bij het Centrum van Persoonlijkheidsstoornissen. Daar is de weg naar genezing ingezet. Een langdurende weg, maar uiteindelijk wel de weg naar een gezonde Sandra.

Daar leerde ik dat jij er mocht zijn lieve kleine Sandra. Ik ben opgegroeid in een fijn gezin, maar door het autisme van mijn broertje heb ik mezelf altijd weggecijferd. Jouw weggecijferd, lief kleintje. De emoties wilde ik zelf mee dealen, die wilde ik niet kwijt bij mijn ouders, die hadden het al druk genoeg. Ik kon de wereld zelf wel aan. En doordat ik mij groot wilde houden werd jij weggestopt. Om echt met emoties om te gaan heb ik nooit geleerd. Om voor mezelf op te komen, om er te mogen zijn en niet altijd te hoeven zorgen. Ook dat heb ik nooit geleerd. Maar nu, lieve, kleine, Sandra, nu mag jij er zijn. Ik heb je gezien, ik zie je emoties en hoor je roepen.

Ik ben nog maar net begonnen en het gaat nog niet altijd goed, maar ik doe mijn best om jou verdriet er nu te laten zijn. Om de kwetsbaarheid, jij dus, ruimte te geven. Daarvoor heb ik ook fijne medicatie gekregen. Iets waar ik me eerst voor schaamde, maar dat alles net een beetje makkelijker maakt. Waardoor ik de emoties op een afstandje kan bekijken en er niet helemaal in wegglij. We zijn samen aan het werk, om een nieuwe Sandra te vormen. Eentje waar jij er mag zijn, samen met mijn gezonde volwassen en zonder de straffende en veeleisende boodschappen waar wij onder gebukt gaan. Ook het blije kind in mij mag steeds vaker buiten spelen. Een kind wat van Lego en modelbouw houd. Waar ik me eerst voor schaamde, maar dat hoeft helemaal niet. Ik heb alle recht om dat gewoon leuk te vinden. Ik ben in dit proces mijn baan kwijtgeraakt, maar dat is nu even niet meer zo belangrijk. Het is nu even beter zo. Mijn tijd komt weer.

Ik schaam me er niet meer voor dat ik in therapie ben. Het heeft me letterlijk gered. Het gaat met de nodige hobbels, maar ik leer steeds meer, kan steeds meer aan, ik ben op weg naar een nieuwe Sandra. Een Sandra waarin plaats is voor een grote gezonde volwassene, en een blij en kwetsbaar kind. Een Sandra die zich niet continu afstraft voor de dingen die niet lukken of beter kunnen. Een Sandra die emoties serieus neemt en een Sandra die weer van het leven kan genieten. Het is geen gemakkelijk proces, maar ik weet nu wel zeker dat ik op de goede weg ben en dat mijn tijd weer komt.

De zon

In de verte schijnt de zon
Ik wist niet meer dat dat kon
Hoe fijn dat te voelen
Weer een beetje pit in het lijf en enkele nieuwe doelen

Voor even de rollercoaster van emoties stil
Diep in mij kriebelt weer een klein beetje wil
De wil om er te zijn, om te leven
Om op te staan en om mezelf te geven

Het duister staat nog aan de rand
Maar gaat steeds verder aan de kant
Langzaam mijn leven weer oppakken
Om nooit meer zo diep in de put te zakken

Emoties zijn er nog steeds en mogen er zijn
Ook al doet het nog altijd ontzettend veel pijn
Ze moeten nog worden verwerkt
Maar ze zijn een gegeven en worden niet ingeperkt

De weg omhoog is ingeslagen
Emoties komen met vlagen
Maar kunnen worden verdragen

“Dames en heren, de rollercoaster ‘into the dark’ is buiten gebruik gesteld. Onze excuses voor het ongemak.”

Het is een donderdagochtend en ik zit in de trein richting het CVP voor een afspraak met mijn psychiater. Langzaam zie ik het landschap voorbij trekken. Het is zomer aan het worden. De zon schijnt en de weilanden en bossen kleuren groen. Normaal iets waar ik echt van zou kunnen genieten. Nu niet. Het blijft een gevecht tegen die rollercoaster van emoties. Keer op keer trekken ze me weer naar beneden. Of zijn het de straffende en schuldinducerende oudermodi die dit doen. Ik heb vaak het gevoel dat het nooit meer goed komt.

Toch sleep ik mezelf elke keer weer naar de therapie en afspraken bij het CVP. Zo ook vandaag. We hebben een nieuwe locatie, fijn aan de andere kant van het station (alleen even oversteken) en alles is fris en nieuw. Ik ga zitten in één van de stoeltjes in de wachtruimte.

Mijn psychiater vind dat ik er altijd nog bedrukt uitzie en dat ben ik ook. Ik werk keihard op therapie, en ik heb zeker grote stappen gemaakt en veel geleerd over mijn eigen gedrag, maar de wereld blijft grauw en somber. De rollercoaster blijft rijden in mijn hoofd. Het is zo’n rollercoaster die in het donker rijd, dan is het extra spannend en zie je de bochten niet aankomen. Ze vraagt me of ik meer medicatie wil gebruiken. Ik zou me nu echt wel beter moeten voelen. Ik vind het allemaal prima. Ik grijp alles aan om aan die donkere wereld en die rollercoaster van emoties te ontsnappen. Zo gezegd, zo gedaan.

Een paar weken later ontdek ik ineens dat de rollercoaster defecten begint te vertonen. Ik sta er naast en kan naar mijn gevoelens kijken zonder meegesleept te worden het duister in. Het is niet ineens allemaal zon- en maneschijn. Maar ik heb meer rust. De emoties zijn er nog, maar ik kan ze van een afstandje bekijken. En ze de plek geven die ze verdienen. Niet wegduwen, maar verwerken. Erkennen dat ze er mogen zijn.

Zo ben ik een paar weken geleden mijn baan verloren. Dat is echt shit, want het was wel een soort van mijn droombaan. Maar ja 2 jaar ziek, dus dan komt de tijd van ontslag. Ik weet niet goed hoe het planningtechnisch gaat lopen. Ik weet alleen dat ik een overeenkomst moet tekenen en dan kom ik in een reintegratietraject van het rijk uit en gaan zij verder met mij aan de slag om weer in een baan uit te komen. Garantie geven ze echter niet. Na een telefoontje naar diegene die daar over gaat, begrijp ik voor mij dat het nog wel een paar maanden kan duren, voordat dit daadwerkelijk ingezet ga worden. Dat betekent dat er weer een hoop lege dagen aan ga komen. Lege dagen zijn gevaarlijk. Dan ga ik in mijn hoofd zitten. En dan is het makkelijk omzelf omlaag te denken.

Op de groep wordt vrijwilligerswerk geopperd. Ik ga niet achteruit zitten en slachtoffer spelen. Nee, ik ga op zoek. En zo heb ik binnen een week een afspraak gemaakt bij de bibliotheek. Vroeger was ik daar nooit weg te slaan en het is natuurlijk sowieso een rustige ruimte. En ergens voel ik een sprankje enthousiasme opvlammen. Dat heb ik in tijden niet gevoeld. Het gaat goed, het gaat beter en ik ben weer onderweg naar boven. Wat een heerlijk gevoel! Ik ben er nog niet, af en toe dondert en bliksemt het nog van binnen, maar voelen dat er progressie in zit is fijn! Dat af en toe de zon weer in mijn hoofd gaat schijnen. Ik wist niet dat het nog kon. Maar het is o zo fijn. lk krijg weer vertrouwen richting de toekomst. Hoe het gaat lopen weet ik niet, maar het gaat ooit weer goedkomen.